Persistent Identifiers?

03-09-2010 | Annelies van Nispen

Link Rot, een van de mooiere woorden uit de vocabulaire van duurzame toegankelijkheid. Het web hangt met hyperlinks aan elkaar en er gaat wel eens iets mis met de verbindingen. Maar er zijn manieren om hyperlinks op lange termijn toegankelijk te houden, bijvoorbeeld door persistent identifiers.

Persistente identifiers zijn niets anders dan unieke identificatienummers die worden toegekend aan objecten/publicaties en/of metadata. Deze kunnen worden gebruikt in hyperlinks, zodat de verwijzingen ook in de toekomst blijven werken, ook al is de website veranderd of de collectie verhuisd. Deze unieke nummers moeten worden toegekend door de collectiehouder.

Persistent is dat er organisaties moeten zijn die een register bijhouden van de identificatienummers en de huidige locatie.  Zodra er een verzoek komt voor een object/publicatie/metadata, dan verwijst deze organisatie dmv de “resolver”  naar het juiste webadres.

Een voorbeeld

Implementing Persistent Identifiers : Overview of concepts

ISBN 90-6984-508-3

De persistent identifier is een URN-NBN  (het systeem van de Europese Nationale Bibliotheken) waar ISBN (al een uniek nummer) voor identificatie  is gebruikt:   urn:nbn:de:gbv:7-isbn-90-6984-508-3-8

De resolver staat bij de Nationale Bibliotheek van Duitsland: resolving service ( http://nbn-resolving.de). Het geheel ziet er als volgt uit: (http://nbn-resolving.de/urn:nbn:de:gbv:7-isbn-90-6984-508-3-8)

Persistent identifiers voor het cultureel erfgoed?

Er zijn meerdere systemen voor persistente identificatie. De (wetenschappelijke) bibliotheken gebruiken URN-NBN. In de uitgeefwereld is het  DOI (http://www.doi.org/) de standaard. Een ander systeem is Handle (http://www.handle.net/ ).  Dit laatste is door  CATCH-Plus gebruikt, ism Beeld & Geluid en SARA, om de REST  web service te ontwikkelen.

In juli zijn verschillende erfgoedinstellingen met elkaar om de tafel gaan zitten om te spreken over een persistent identifier infrastuctuur voor cultureel erfgoed.  Voor wie meer wil weten,  het verslag. Wordt vervolgd!

Doe-het-zelf e-boeken

23-08-2010 | Robert Gillesse

Uw favoriete titel niet als e-boek verkrijgbaar of u heeft geen zin uw reeds papieren boek opnieuw als e-boek aan te schaffen? Snij de bladzijden los en scan het boek zelf! In Japan een trend! In de slipstream van het succes van de Ipad worden er nu ook meer tekstscanners verkocht. Er zijn in Japan zelfs bedrijven gespecialiseerd in het lossnijden van bladzijden uit boeken. Deze trend heeft de fraaie term “jisui” meegekregen, wat zoveel betekent als “je eigen maaltje koken”.

In Japan lift de scannerverkoop mee in de succes van de Ipad. Een verkoper demonstreert een tekstscanner. (Bron: Mainichi Daily News)

Nu neemt het elektronisch lezen in Nederland nog niet zo’n hoge vlucht – dit zet uw verslaggever wel verder aan het denken. De KB gaat, in samenwerking met Google en andere bibliotheken, de hele Nederlandse boekproductie vanaf 1740 scannen. Is dat, gezien deze Japanse trend en wellicht ons voorland, wel nodig? Die Nederlandse boekproductie scannen we met z’n allen zelf wel even! Over crowdsourcing gesproken! Maar ik geef toe, het is een product van de firma Wensdroom & Toekomstmuziek, gezien de huidige situatie rondom auteursrechten. Maar daar gaan we het vandaag nu eens niet over hebben.

Tags , ,

Webrichtlijnen in de revisie, praat mee

18-08-2010 | Jeroen van der Vliet

Het Kwaliteitsmodel Webrichtlijnen, dat eerder door het leven ging als de webrichtlijnen voor overheidswebsites, gaat dit jaar op de schop. Tot en met 15 september a.s. wordt de gelegenheid geboden inhoudelijk te reageren op versie 2.0. Het ziet er echter naar uit dat het hier vooral gaat om de correctheid van de vertaling van de Engelse brontekst van W3C naar het Nederlands, niet om de achterliggende principes. Dat zou wel eens een gemiste kans kunnen zijn.

Over de webrichtlijnen is ook in het erfgoedveld de afgelopen paar jaren het nodige te doen geweest. Tot een grote polemiek heeft dit alles niet geleid, maar toch, er waren uitgesproken voor- en tegenstanders te vinden. Om met de laatste – en meest vocale – groep te beginnen, die vinden de webrichtlijnen betuttelend en kostenverslindend en hebben er sowieso een hekel aan “omdat het verplicht is”. Probeer dat nog maar eens te overtroeven als voorstander.

Vooral dat laatste punt verdeelt het erfgoedveld. Zo moet het Nationaal Archief verplicht aan de webrichtlijnen voldoen, maar hoeft het Rijksmuseum er bijvoorbeeld helemaal niets mee te doen. De eerste is namelijk een overheidsinstelling (moet), de tweede een stichting (mag). Nu was het idee natuurlijk dat zij die niet moeten zich vast wel zouden kunnen vinden in de nobele gedachte van een toegankelijk web voor iedereen en dus uit eigen beweging zich aan de webrichtlijnen zouden conformeren. Helaas is daar tot op heden maar weinig van te merken, althans, in de erfgoedsector.

Dat bleek wel vorig jaar, toen geen consensus bestond om van de webrichtlijnen een minimumeis voor het digitale erfgoed te maken en in DE BASIS op te nemen. Zij die verplicht waren de webrichtlijnen toe te passen raadden het diegenen die niet moeten, maar wel willen, zelfs af. Het eindresultaat is dat er nu helemaal niets over webtoegankelijkheid in DE BASIS is opgenomen. Dat stoort, want het voelt alsof we op dit punt tekort zijn geschoten. Toch kan ik me niet aan de gedachte onttrekken dat een deel van het probleem zit in de presentatie van de webrichtlijnen. Omdat het moet, smoort het de goede wil die aan de webrichtlijnen ten grondslag ligt.

Daarnaast hapert er nog veel aan de beeldvorming. Nog steeds wordt algemeen gedacht dat webrichtlijnen in het leven zijn geroepen voor mensen met een handicap. Maar niet alleen zij, iedereen profiteert van de meeste richtlijnen die een betere webervaring garanderen. Met de webrichtlijnen in de hand worden betere websites gebouwd. En dan niet alleen voor websites om te raadplegen op de computer, maar vooral op al die andere apparaatjes waarmee we tegenwoordig internet tot onze beschikking hebben. Veel van de richtlijnen bevorderen daarnaast de automatische informatieverwerking door computers zelf, dus zonder tussenkomst van een persoon, en brengen zelfs het semantisch web een stapje dichterbij door te wijzen op het belang van beschrijven en structureren van informatie. Webtoegankelijkheid zegt daarmee veel meer over “overal en altijd internetten” dan over “internetten met een handicap”.

Interessant is dat vorig jaar door Michelle Thonen, als onderdeel van haar afstudeerproject aan de Hogeschool Rotterdam, uitgebreid is gekeken naar hoe de webrichtlijnen tot nu toe in de markt zijn gezet en hoe het gebruik ervan zou kunnen worden verbeterd.

In de door Thonen gevoerde gesprekken valt dezelfde kritiek als uit het erfgoedveld te beluisteren bij de bevraagde overheidsinstellingen, webbouwers en bedrijven: het is te veel, te rigide, te duur. Daarmee zijn de webrichtlijnen een spijtig voorbeeld geworden van hoe je met regelgeving ook je fraaie doel voorbij kan hollen. Wat als iets ideëls is opgezet, is een moetje geworden voor wie het ongeluk heeft een overheidsite bij te houden.

Terug naar de erfgoedinstellingen waar zeker goede wil bestaat om met de webrichtlijnen aan de slag te gaan, ook uit vrije wil. Immers, het zit in het DNA van deze organisaties om niet alleen te zorgen voor erfgoed maar daar ook toegang toe te bieden, voor onderzoeksdoeleinden, ter educatie, inspiratie, informatie en als vrijetijdsbesteding. Of zoals een archiefdirecteur ooit zei: “we doen onze uiterste best om de fysieke toegang tot ons gebouw te garanderen. Daar hebben we een prijs voor gekregen en daar zijn we maar wat trots op. Wat houdt me dan tegen die inspanning niet te leveren voor de toegang tot mijn digitale collecties?” Inderdaad, waarom eigenlijk niet?

Deelnemers aan onze expertmeeting opperden een lite-versie voor het erfgoed op te stellen, rekening houdend met enkele specifieke bepalingen in de webrichtlijnen die enorme kosten met zich mee brengen voor erfgoedinstellingen. Een transcriptie van elk gescand historisch document, ondertiteling van alle oude filmbeelden of een beschrijving van elk plaatje in een beeldbank; dat gaat bij velen ver boven het beschikbare budget. Dan moet echter wel iets veranderen aan de strikte interpretatie van de webrichtlijnen dat je alleen een keurmerk krijgt als je aan àlle 125 richtlijnen voldoet. Overigens, ook de opstellers van de webrichtlijnen hadden uit pragmatische overwegingen ooit een minimale en een maximale versie van de webrichtlijnen voor ogen, maar daar is politiek een stokje voor gestoken; one set to rule them all.

Een andere suggestie uit de eerder genoemde expertmeeting: creeër een subsidieregeling om erfgoedwebsites conform de webrichtlijnen om te bouwen. Helaas een weinig kansrijk voorstel in een tijd van aangekondigde, forse bezuinigingen. Misschien dat juist de toekomstige, beperkte financiële armslag het denken over de webrichtlijnen een nieuwe kant op kan sturen. We moeten ons nieuwe, andere vragen stellen. Niet hoe dwingen we dit de onwilligen af, maar hoe krijgen we ze er bij? Wat is essentieel om webtoegankelijkheid te bevorderen? Anders gezegd, wat mag als een redelijke inspanning worden beschouwd van een erfgoedinstelling? Dat lijkt me nou een mooie insteek voor de nu geopende discussie op review.wrv2.nl. Laat het niet bij een vertaling blijven. Denk breder, kijk verder. Doet u ook mee?

Tags ,

Maak je testbed op!

16-08-2010 | Jeroen van der Vliet

Team Digital Preservation heeft inmiddels een vijfde WePreserve-filmpje gepost op YouTube. Dit maal staat het belang van testen in het kader van digitale duurzaamheid centraal.

YouTube Preview Image

Tags

David Pogue legt social media uit

13-08-2010 | Jeroen van der Vliet

David Pogue van The New York Times legt uit wat de niet te missen social media zijn – en dat in slechts 3 minuten, dat moet je toch even zelf bekijken:

Tags ,

Designing for Big Data

05-08-2010 | Jeroen van der Vliet

Video-registratie van Jeffrey Veen‘s lezing tijdens Web 2.0 Expo over het visualiseren van grote hoeveelheden data op het Web.

YouTube Preview Image

Tags , ,

Kerken kijken met Google Street View

22-07-2010 | Jeroen van der Vliet

Een recent experiment van Utrechts webbureau ab-c media maakt het mogelijk om met Google Street View ook kerken van binnen te bekijken. De techniek is toegepast in het project Kerken Kijken Utrecht, maar kan natuurlijk voor veel meer monumentaal erfgoed worden gebruikt.

De nieuwe toepassing is een primeur in Nederland. Arjan den Boer:

Deze mashup (een mengeling van – in dit geval – beelden van Google en Kerken Kijken) is mogelijk met de gloednieuwe Google Maps API v3. Via javascript kunnen webontwikkelaars kaarten naadloos in de eigen website integreren, en er van alles aan toevoegen, zoals aanklikbare punten of eigen kaartlagen. In de nieuwe versie, die nog geen maand oud is, kunnen ook Steet Views gemengd worden met eigen materiaal. Niet alleen door markers over de straatbeelden te plaatsen, maar ook door complete panorama’s toe te voegen en te koppelen aan die van Google.

Naast de API van Google, kennis van JavaScript zijn ook een panoramafoto’s onontbeerlijk. Hoe je die maakt, beschrijft Arjan in een eerder blogbericht.

Zoals dat hoort bij experimenten, is het wel een zaak van passen en meten, tweaken en opnieuw proberen, maar het resultaat ziet er veelbelovend uit!

Tags

Innovatie is een werkwoord, communicatie ook

22-07-2010 | Monika Lechner

Als redacteur van de kennisbank van DEN (lees: van het ICT-register & de innovatieve-projecten-bank) spits ik graag mijn oren als erfgoedprofessionals bij elkaar komen om over innovatie te praten. Nee, wat zeg ik, als ze de mouwen opstropen om aan innovatie te werken! Want dat is innovatie toch: een werkwoord?

Eigenlijk gebeurt innovatie terloops, als je kritisch naar jezelf durft te kijken en een andere weg durft in te slaan. Maar, uitkristalliseren welke weg je moet bewandelen en hoe je de hele organisatie mee krijgt, dat is veel werk. Daarom schaadt het niet als Erfgoed Innovators regelmatig bij elkaar komen. Deze maand waren we te gast bij het EYE Filminstituut in Amsterdam.

Cruciaal is altijd en overal: de communicatie. Daarom bedachten we deze keer aan de hand van praktische voorbeelden 10 gouden regels voor de communicatie van collecties online. Puur door met elkaar in discussie te gaan kwamen we een heel eind.

10+ gouden (communicatie) regels voor collecties online

  1. Ken je doelgroep
  2. Werk samen met je doelgroep
  3. Haak aan bij bestaande organisaties (evenementen)
  4. Waarborg duurzaamheid & continuïteit van de website (het project)
  5. Maak je doelstellingen SMART (Specifiek,  Meetbaar,  Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden), evalueer je doelstellingen en blijf met deze inzichten je website verbeteren
  6. Let op de online basics: werk platformonafhankelijk, maak je content deelbaar en vindbaar voor zoekmachines (SEO optimalisatie)
  7. Bedien de verschillende doelgroepen (zie piramide van Forrester)
  8. Beloon actieve gebruikers: “What’s in it for them?”
  9. Bepaal je USP: op welke manier is jouw content uniek tegenover de content van anderen?
  10. Vind een verband tussen online & offline (organiseer bijeenkomsten die inhaken op je online content)
  11. Ga voor Volume. Durf groots te denken en probeer zoveel mogelijk mensen met zo weinig mogelijk inzet te bereiken, zowel intern als ook extern. Met andere woorden: vergeet niet je communicatieafdeling vanaf het begin bij het opstellen van een nieuw projectplan te betrekken. Zij zijn het immers die de brug slaan tussen je content en je publiek.

Inkoppertje: Practice what you preach
Interessant aan deze middag vond ik het feit dat een aantal van de hierboven genoemde punten ook in de kennisbank van DEN te vinden zijn. Tenminste: als je weet waar je moet zoeken. Niemand van de innovators bleek zich hiervan echter bewust te zijn. Andersom hadden we zelf nooit bedacht dat vindbaarheid en duurzaamheid ook aan communicatie kan relateren. Zo zie je maar dat je veel uit de samenwerking met je doelgroep kunt halen.

De manier waarop we de informatie in het register nu aanbieden, sluit duidelijk nog niet genoeg aan bij onze doelgroep. De eerste stappen om dat te verbeteren zijn al genomen, maar daarover zal ik een andere keer meer vertellen.

Willen we ons aanbod blijvend en significant verbeteren, dan hebben we onze doelgroep nodig. Daarom gaan we binnenkort het gebruik van het register in de diepte onderzoeken.

Alle hulp is welkom!

Alle hulp is welkom!

Zin om mee te doen? Stuur dan een mailtje met je positieve reactie, bijvoorbeeld: ‘ja, ik wil!’, naar register@den.nl. Dan zorgen wij ervoor dat er binnenkort een mooie vragenlijst jouw kant opkomt. Zo kom je prima de komkommertijd door en komen wij een stuk dichter bij het doel om het register gebruiksvriendelijk te maken. Deal?

Tags , , ,

Standaardenuniversum in beeld gebracht

22-07-2010 | Jeroen van der Vliet

Naast het ICT-register en DE BASIS in Nederland zijn er ook wereldwijd vergelijkbare overzichten van digitale standaarden en kwaliteitsinstrumenten. Zo wordt bijvoorbeeld in Vlaanderen momenteel gewerkt aan CEST, de Cultureel ErfgoedStandaarden Toolbox. Op Europees niveau heeft het Minerva-project een uitvoerig overzicht gemaakt en is ook een bezoek aan de website van het ATHENA-project is de moeite waard.

Uit al deze overzichten komt naar voren dat er vooral heel veel standaarden zijn. Dat is niet vreemd gezien de diversiteit van het bronmateriaal (bijv. schilderijen, documenten, filmbeelden, foto’s, kaarten, gebouwen, gebruiksvoorwerpen) en de vele wijzen waarop deze gedigitaliseerd en gepresenteerd kan worden. Maar het kan sommigen toch wat gaan duizelen, al die fonkelende standaarden aan het firnament.

Het digitale bibliotheekproject van de Universiteitsbibliotheek van Indiana heeft 105 standaarden die veel worden gebruikt in het cultureel erfgoed gevisualiseerd, onderverdeeld op basis van de meest voorkomende toepassingen. Dat levert het fraaie onderstaande schema op (klik op de afbeelding voor een grotere versie).

Wie deze kaart van standaarden aan een grondige studie wil onderwerpen, kan deze als poster of brochure in PDF-formaat downloaden.

Tags

Sevilla als SimCity?

21-07-2010 | Jeroen van der Vliet

Deze week werd bekend dat de Spaanse stad Sevilla grotendeels in 3D te bewonderen is in Google Earth. Vliegend door de virtuele stad krijg je de indruk SimCity te spelen, de wereldberoemde stedenbouwsimulator. Dat zou trouwens een mooie mash-up kunnen zijn!

YouTube Preview Image

Deze 3D-visualisatie is gemaakt met Google SketchUp. Wie benieuwd is hoe het werkt, kijk eens naar onderstaand fimpje. Wie direct aan de slag wil, kan de gratis tool direct downloaden.

YouTube Preview Image

Tags