Wat kost digitaliseren?

10-03-2010 | Robert Gillesse

De bovenstaande vraag is zowel naïef als gemeen. Ze is namelijk bijzonder lastig te beantwoorden. Dat geldt zowel voor het vaststellen van de incidentele projectkosten (de uitvoeringskosten) als de structurele, elk jaar terugkerende kosten. Voor het eerste geldt dat alle schakels in het digitaliseringsproces bekend moeten zijn en voorzien van een kostenplaatje. Voor het tweede geldt dat er ondubbelzinnig inzicht moet zijn in de opslag-, hostings- en eventuele auteursrechterlijke kosten.

Om erfgoedinstellingen te assisteren de vraag “wat kost digitalisering” te beantwoorden heeft DEN in samenwerking met Erfgoed Nederland sinds juli 2009 gewerkt aan een erfgoedbreed te gebruiken Rekenmodel digitaliseringskosten. Een belangrijke inspiratiebron daarbij was het rekenmodel dat in 2008 is ontwikkeld door het Gelders Archief. Dit model scheidde duidelijk de structurele van de incidentele kosten. Deze scheiding is een belangrijk uitgangspunt geworden voor het nieuw te ontwikkelen rekenmodel. Omdat het nieuwe model erfgoedbreed bruikbaar moest zijn, bevat het, in vergelijking tot het Gelderse model dat is gemaakt vanuit archief perspectief, veel meer kostenposten. Deze detaillering is een van lastige aspecten van het rekenmodel. Want: wanneer wordt het te gedetailleerd en staat het de gebruiksvriendelijkheid in de weg? Daarom wordt er in de bijgevoegde handleiding de nodige nadruk gelegd op het feit dat niet alles hoeft te worden ingevuld. Hopelijk is dat afdoende.

Het rekenmodel is in de huidige vorm een spreadsheet. Het heeft daarmee alle voordelen (flexibiliteit) en nadelen (complexiteit, compabiliteitsproblemen tussen versies, niet erg fraai qua uiterlijk, moeilijk te gebruiken voor vergelijking) van een dergelijk bestand. Het idee is wel op termijn – wanneer het rekenmodel zich in de praktijk heeft bewezen en wanneer daar behoefte aan is – de spreadsheet om te bouwen tot een webapplicatie. Een dergelijke applicatie zal eenvoudiger zijn in het gebruik en onderlinge vergelijking en benchmarking sterk vereenvoudigen.

Het rekenmodel in de huidige vorm is ook (nog) beperkt tot stilstaand beeld. De aanpassing voor bijvoorbeeld data-entry of audio-visuele projecten volgt wellicht nog. In ieder geval is het eenieder vrij het model aan te passen naar eigen wens en die zo nodig verder te verspreiden. Sterker nog: DEN en Erfgoed Nederland zouden een dergelijk hergebruik van het model zeer waarderen en zullen dit, waar nodig en mogelijk, faciliteren.

Het spreadsheet-rekenmodel bestaat uit een groot aantal werkbladen (of “tabs”) die in meer of mindere mate staan voor de verschillende fases in een digitaliseringsproject. Het is echter geen noodzaak alle werkbladen in te vullen – sommige werkbladen zullen voor bepaalde projecten simpelweg niet relevant zijn.  Belangrijk is wel dat een aantal basisgegevens zijn ingevuld. Dit zijn om de benodigde opslag te kunnen berekenen: de hoeveelheden te digitaliseren materiaal, de (gemiddelde) afmetingen van de originelen, de resolutie en de bitdiepte (zwart, grijswaarden of kleur) waarmee wordt opgenomen en het bestandsformaat waarmee de afbeeldingen worden opgeslagen. Andere belangrijke basisgegevens zijn de loonschalen en de opslagkosten.

Die laatste categorie is natuurlijk ook gemeen: wanneer een instelling zelf de (archief en online) opslag heeft geregeld zal het bijzonder lastig zijn de precieze kosten (in het model uitgedrukt in TB per jaar) te achterhalen. DEN is daarom bezig te onderzoeken of het mogelijk en zinvol is een aanvullend rekenmodel te ontwikkelen die de kosten van digitale opslag inzichtelijk kan maken. Omdat bij opslag de uitgangspunten en variabelen natuurlijk enorm kunnen uiteenlopen, is dit een aardige hersenkraker.

Het rekenmodel zal, inclusief handleiding, medio eind maart/begin april beschikbaar komen op de DEN website. Wie niet kan wachten moet maar even contact opnemen met ondergetekende. Tenslotte houden wij ons ook aanbevolen voor kengetallen betreffende aantal meters versus hoeveelheid scans en bedragen die instellingen en leveranciers rekenen voor digitale opslag en hosting (gegevens die wij natuurlijk vertrouwelijk zullen behandelen).

Tags

Ter gelegenheid van de lancering van de online collectie van het Amsterdams Historisch Museum

09-03-2010 | Marco de Niet

[praatje gehouden bij de lancering van de Collectie Online van het Amsterdam Historisch Museum, 4 maart 2010]

Dames en heren,

U verwacht misschien dat ik als directeur van DEN, het kenniscentrum dat erop toeziet dat de erfgoedinstellingen goed digitaliseren, nu uit de doeken zal doen of het AHM zijn online collectie technisch verstandig heeft aangepakt, of de goede standaarden zijn toegepast, hoe de kwaliteit is van de afbeeldingen en de beschrijvingen, en of de collectie goed vindbaar is gemaakt. Maar die insteek kies ik vandaag niet. Ik zet een andere pet op. Van huis uit ben ik Neerlandicus en boekhistoricus, en geïnteresseerd in 18e-eeuwse cultuurgeschiedenis. Vanuit die belangstelling wil ik graag een verhaaltje met u delen, op basis van enkele objecten die ik bij voorinzage in de AHM Collectie Online heb gevonden.

In de AHM Collectie Online komt een tekening voor van een jeugdige Arend Fokke met vaandel. Deze persoon heeft een jaar lang mijn leven gedomineerd. Mijn afstudeeronderzoek was namelijk aan hem gewijd.

Arend Fokke Simonsz (1755-1812) is bij u wellicht nog bekend dankzij de Fokke Simonszstraat. Hij was een telg uit een artistieke familie. Hij was zoon van de bekende graveur Simon Fokke, halfbroer van de geschiedschrijver Jan Fokke, kleinzoon van een toneelspeler Arent Fokke. Zelf was hij boekhandelaar, prentenuitgever, redacteur van het dagblad van het Amsterdamse stadsbestuur, privé-leraar, schoolbestuurder, bibliothecaris, archivaris, veelschrijver. Maar hij is vooral bekend gebleven als veelspreker. Daarmee bedoel ik: hij hield veel redevoeringen in Amsterdamse letterkundige genootschappen. Dertig jaar lang heeft Fokke als succesvol spreker zijn Amsterdams publiek vermaakt. Voor zover bekend is hij van minstens twaalf genootschappen lid geweest. Een echte genootschapstijger dus.

Het eerste genootschap dat hem verwelkomde, was Felix Meritis, in 1782. Fokke was ook zeer actief betrokken bij de Maatschappij Tot nut van ‘t algemeen. Hij was mede-oprichter van het Tweede Amsterdamse Departement van de Maatschappij. Van en over beide genootschappen zijn veel objecten in het AHM te vinden.

In de tweede helft van de 18e eeuw bloeide de genootschapscultuur als nooit tevoren. In de periode oktober-mei werden er wekelijks bijeenkomsten georganiseerd, waar de leden met elkaar van gedachten konden wisselen over geschiedenis, cultuur en levensbeschouwelijke onderwerpen. Politiek was in de regel taboe. Maar denk nu niet dat de 18e eeuw een brave, saaie eeuw was waarin de leuteraars de overhand hadden. Gelukkig weten we ook, bij voorbeeld dankzij schilderijen en prenten van Cornelis Troost, dat de 18e-eeuwers ook levensgenieters waren, en dat menige bijeenkomst van gegoede heren eindigde met een hoog gehalte ‘Wein, Weib und Gesang’.

Terug naar Fokke. Hij was zo’n populaire spreker in genootschappen, omdat hij een voordrachtskunstenaar was – hij kwam niet voor niets uit een familie van acteurs. Hij koos ervoor zijn voordrachten aan te kleden met een ‘ironisch-komisch’ sausje. Voor ons is zijn humor niet meer zo aansprekend, maar door zijn originele invalshoek om geschiedenis en filosofie te populariseren, genoot hij in zijn dagen nationale bekendheid.

Naast zijn reguliere optredens werd hij ook door menig genootschap uitgenodigd in te vallen op avonden dat geplande sprekers verhinderd waren. Dat de genootschappen hem hiervoor dankbaar waren, blijkt niet alleen uit het feit dat hij, bij wijze van uitzondering, betaald werd voor zijn voordrachten – we kunnen hem met een gerust hart een broodspreker noemen. Hij werd ook enkele malen benoemd tot erelid vanwege zijn verdiensten. En soms ontving hij bijzondere geschenken van zijn genootschapsvrienden, zoals een fraai kelkglas van Felix Meritis.

Zoals het wel vaker gaat in dit soort verhalen: het liep niet goed met hem af. Hij had een zwakke gezondheid, kon wegens ziekte steeds minder vaak zijn functie op het stadhuis uitoefenen en ontving dus steeds minder salaris. De genadeslag kwam toen hij door enkele opruiende uitlatingen in 1811 uit voorzorg in de gevangenis werd gezet toen Napoleon Bonaparte Amsterdam bezocht. Een jaar later is hij arm en ziek gestorven.

Waarom geef ik u deze korte biografische schets van een van uw 18e-eeuwse stadsgenoten?

Fokke was een kind van de Verlichting. Verheffing door zelfstudie en kennisvermeerdering was voor hem een vanzelfsprekendheid. Alleen zo kon hij een goede burger worden. Zijn talenten zorgden ervoor dat hij als lagere ambtenaar voortdurend in contact kon staan met beter gesitueerden en hoger opgeleiden, die hem baantjes en opdrachten konden bezorgen. Hij wist goed en handig om te gaan met de media uit zijn tijd: boeken, pamfletten, almanakken, tijdschriften, prenten, en dus ook de podia in de genootschappen. Kortom, hij was een 18e-eeuwse sociale netwerker.

De parallellen met de moderne tijd zijn evident.

Fokke hield veel voordrachten over historische onderwerpen, en gebruikte ter voorbereiding daarop bibliotheken, privécollecties en archivalia. Op basis van de  bronnen die hij ter beschikking had, kon hij zijn verhalen vertellen, en zocht hij daar gepaste kanalen bij. Wij gaan anno 2010 niet anders te werk.

Dankzij de voorinzage die ik kreeg ter voorbereiding op dit praatje, ontdekte ik in de collectie van het AHM twee aan Fokke gerelateerde objecten die mij onbekend waren: de tekening van de jeugdige Fokke en de glaskelk van Felix Meritis.

Het digitaal beschikbaar zijn van erfgoedcollecties maakt het mogelijk nieuwe verhalen te vertellen en bestaande verhalen te verrijken, zoals ik hier doe. Dankzij de nieuwe media kunnen we steeds beter en steeds sneller inzichten opdoen, vergelijkingen maken, dwarsverbanden leggen.

Ik zal een voorbeeld van dat laatste geven. Dankzij die tekening weten we bij benadering hoe Arend Fokke er als tiener uitzag. Maar hoe zag Arend Fokke eruit als volwassene? Die vraag kunnen we niet beantwoorden aan de hand van de AHM Collectie Online. En dat is niet erg. Want in de beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam komt wel een prent van hem als volwassene voor.

Zo hoort het ook te werken in een genetwerkte samenleving. Vanuit hun eigen verantwoordelijkheden voor beheer, behoud en dienstverlening maken deze en andere erfgoedinstellingen het mij mogelijk mijn belangstelling voor het 18e-eeuwse Amsterdam te voeden met nieuw materiaal, nieuwe informatie, nieuwe inzichten. Voor wie die belangstelling deelt: graag wijs ik even op nog een ander lijntje in dat netwerk: mijn persoonlijke website, waar u een uitgebreidere biografie kunt lezen van Arend Fokke Simonsz.

Op deze wijze kunnen instellingen en individuen steeds meer samenwerken en netwerken. Vandaag grijpt het AHM een actieve rol in de digitale cultuurhistorische netwerken. Een prachtige online collectie met maar liefst 70.000 objecten, ieder met een eigen verhaal, komt beschikbaar. En dit is nog maar het begin. Dat is niet zozeer een oproep aan het museum, maar vooral aan u. Het AHM verleidt u uw eigen ontdekkingstocht door het verleden (en dat is voor mij ook de dag van gisteren) te maken. Dankzij internet is het gemakkelijker dan ooit verhalen te maken, te ontdekken en te delen met anderen.

Voor ik de online collectie van het AHM lanceer, wil ik de medewerkers van het AHM, Paul Spies, Judith van Gent, Marijke Oosterbroek, Gusta Reichwein en al die andere collega’s die betrokken waren bij het opzetten van de AHM Collectie Online, bedanken en feliciteren. Zij hebben het voor ons gemakkelijker en aantrekkelijker dan ooit gemaakt voorbij de waan van de dag te kijken en te tonen in welke mate wij, net als Arend Fokke, nog kinderen zijn van de Verlichting.

Tags

Allemaal digitaal

08-03-2010 | Annelies van Nispen

Toegang tot het internet is een mensenrecht, schrijft de BBC vanochtend. De BBC is bezig met een serie over de nieuwe Superpower en bedoeld daarmee het internet. Nederland is altijd een van de koplopers geweest, dit is mooi te zien in deze visualisatie van de groei van het internet.

Ook The Economist had vorige week een special report gewijd aan hoe het internet samenlevingen, wetenschap en economieën veranderd. Dit is het tijdperk van “de industriële revolutie van data”. De verwachting is dat de hoeveelheid digitale informatie elke vijf jaar zal vertienvoudigen. De verwachting is dat dit jaar 1.200 exabyte aan digitale informatie zal worden gegenereerd.

De enorme groei en de snelheid waarmee het gepaard gaat, zorgt ook voor een aantal problemen. Een paar zijn er van technische aard, zoals opslagcapaciteit en de vindbaarheid van informatie.
Er wordt al beduidend meer geproduceerd dan er aan opslagcapaciteit is. Sinds 2007 lopen de grafieklijnen uit elkaar.

En wat betreft de vindbaarheid. Op dit moment is 5% van alle data op het internet gestructureerde data en hoe vind de relevante informatie: metadata. The Economist schrijft over metadata o.a. het volgende:

“These days metadata are undergoing a virtual renaissance. In order to be useful, the cornucopia of information provided by the internet has to be organised. That is what Google does so well. The raw material for its search engines comes free: web pages on the internet. Where it ads value (and creates metadata) is by structuring the information, ranking it in order of its relevance to the query.

Google handle around half the world’s internet searches, answering around 35.000 queries every second. Metadata are a potentially lucrative business.

“If you can control the pathways and means of finding information, you can extract rents from subsequent levels of producers”.

Maar er zijn meer lastige zaken met de informatie-explosie en internet-revolutie. Het interpreteren van de enorme hoeveelheden data kan vrijwel alleen nog door complexe algoritmes die door weinigen nog worden begrepen. Dit wordt ook gezien als een belangrijke factor voor de huidige kredietcrisis. Wie kan nog beoordelen of de informatie ook betrouwbaar is?
Ook privacy komt steeds hoger op de digitale samenlevingsagenda te staan. Bij het vormgeven van de digitale samenleving zullen ook ethische kwesties moeten worden behandeld.

Voor wie het hele special report on managing information wil lezen kan dat ook gratis digitaal. Al heb ik de papieren versie gekocht. Maar ik heb (nog) een grote voorliefde voor papier :)

Tags

Sabine zoekt door Utrechtse publicaties

02-03-2010 | Jeroen van der Vliet

Voor cultuurhistorisch onderzoek zijn tijdschriften van historische verenigingen, heemkundekringen en archeologische werkgroepen een belangrijke bron van informatie. Het vinden van bruikbare artikelen binnen de vaak zeer diverse en doorgaans slechts in kleine kring verspreide media, stelt onderzoekers echter wel voortdurend op de proef.

Sabine, oftewel Stichts Bibliografisch Netwerk Utrecht, heeft zich tot doel gesteld om zo’n 3500 artikelen uit tijdschriften van historische verenigingen en stichtingen die actief zijn in de provincie Utrecht te digitaliseren en doorzoekbaar te maken.

De 3500 artikelen worden toegevoegd aan de bibliografische internet-database waarin reeds 40.000 titels zijn opgenomen van publicaties die de Utrechtse cultuur en geschiedenis behandelen.

Tags , , ,

Doe de webkleurencheck

02-03-2010 | Jeroen van der Vliet

In DE BASIS is een kleurencheck opgenomen voor fotomateriaal (MacBeth Colorchecker) en grijswaarden (Kodak Greyscale 013), maar zo iets dergelijks is er nog niet voor de visuele overdraagbaarheid van webinformatie, in het bijzonder voor de wijze waarop kleurenblinden uw website zien.

Het probleem van kleurenblindheid is groter dan u wellicht dacht: 8% van alle mannen en 0,4% van alle vrouwen heeft een vorm van kleurenblindheid. Dat is een aanzienlijk deel van uw potentiële en bestaande webbezoekers. En dat betekent dat visuele informatie op uw website wellicht niet zo op hen overkomt als u het had bedoeld.

Sommige visuele informatie is onbegrijpelijk voor kleurenblinden (bron: Naar Voren).

In het artikel Kleurencheck: niet vergeten in het webtijdschrift Naar Voren legt Judith van Dam uit waar u op moet letten als u ook uw kleurenblinde webbezoekers de juiste boodschap wilt overdragen.

Tags ,

Fight for your right …

25-02-2010 | Annelies van Nispen

… to (web)archive!

“The UK’s online heritage could be lost forever if the government does not grant a “right to archive”, a group of leading libraries has said”.

Britse bibliotheken zijn actie aan het voeren om de wetgeving voor webarchivering aan te passen. Dit om te voorkomen dat “de digitale middeleeuwen” werkelijkheid worden. Bibliotheken en alle instituten die willen webarchiveren, worden belemmerd door auteurswetgeving, die niet is toegerust voor de moderne internettijd.

Volgens de huidige wet is het noodzakelijk om individueel toestemming te vragen om een website te mogen archiveren. Dit is weer net zo arbeidsintensief en tijdrovende bezigheid als bij de verweesde werken (al zijn de rechthebbenden daar nauwelijks op te sporen). Dit betekent dat ongeveer 1% van de Britse websites gearchiveerd kan worden, dat zijn er zo’n 6.000.

De groep bibliotheken wil opheldering over toepassing en voorwaarden van the Legal Deposit Libraries Act. Deze wet is 2003 al aangepast om het wettelijk depot voor publicaties ook te laten gelden voor digital (online) materiaal. Maar er is onduidelijkheid over hoe de wetgeving in de praktijk kan worden toegepast en of webarchivering toelaatbaar is. De bibliotheken willen nu duidelijkheid.

Ook de Koninklijke Bibliotheek in Nederland wordt geconfronteerd met auteurrechtelijke beperkingen voor webarchivering. DEN is ook benieuwd naar andere ervaringen van Nederlandse erfgoedinstellingen.

Tags , ,

1066

23-02-2010 | Jeroen van der Vliet

Fraai gemaakte, doch bloedige online game over het jaar 1066 met vechtende Vikingen, Angelsaksen en Normandiërs. Bedoeld als begeleidend materiaal bij gelijknamige documentaire van Britse televisiezender Channel Four.

introscherm online game 1066

Channel Four pakt uit met deze fraai gemaakte online historische game.

Spelers kunnen tegen de computer spelen én online tegen elkaar. Het succesvol uitvoeren van de verschillende aanvalstechnieken kost nog wel enige oefening, maar los van dit ene minpuntje is “1066″ een zeer geslaagde historische online game. Spelen dus!

Tags

Stemmen van het verleden

23-02-2010 | Jeroen van der Vliet

De website Voices of the Past wil – via allerlei sociale media – erfgoedinstellingen stimuleren sociale media zelf in te gaan zetten bij hun belangrijke werk. Of zoals zij het zelf omschrijven:

to help inspire the advancement of heritage values in our society using today’s online communications tools known as social media

Interessant zijn vooral een serie interviews met verschillende heritage bloggers. Daarnaast biedt de website handige overzichtjes wat er zoal aan sociale media zijn en hoe daar met het oog op erfgoed gebruik van te maken. Website komt misschien een tikje tè Amerikaans over, maar is zeker een bezoekje waard.

Tags ,

DE BASIS (weer) uitgebreid, enkele observaties

18-02-2010 | Jeroen van der Vliet

Een maandenlang traject is deze week afgerond: de uitbreiding van DE BASIS met twee nieuwe thema’s. Aan het pakket van minimumeisen voor het digitaal erfgoed zijn nu ook twee teksten toegevoegd over het beschrijving (metadata) en online presenteren van digitaal erfgoed (websitebouw).

De totstandkoming van de voorstellen kent een vastgestelde route. Onze ICT-redactie, met vertegenwoordigers uit het erfgoedveld, stelt de thema’s voor, een expertmeeting wordt belegd om te kijken welke standaarden en richtlijnen uit het ICT-register in aanmerking komen als een minimumeis, het tekstvoorstel wordt drie maanden op onze wiki ter aanvulling en discussie opengesteld voor iedereen, de ICT-redactie stelt voorlopige tekst vast na inspraakronde en daarna voeren we tien gesprekken met verschillende erfgoedinstellingen om het gebruik van de voorgestelde standaarden aan de praktijk te toetsen. Pas dan wordt het voorstel tot uitbreiding formeel goedgekeurd, door de ICT-redactie.

We gaan dus niet over één nacht ijs wat DE BASIS betreft. Toch blijkt het bepaald niet eenvoudig om de discussie met het erfgoedveld op gang te krijgen. Het is niet DEN, maar het erfgoedveld zelf dat op basis van zelfregulering bepaalt wat er in DE BASIS komt. Vandaar dat we sinds 2008 apart ook gesprekken met instellingen zijn gaan voeren. Daar komt veel informatie uit naar voren die instellingen wellicht liever niet op de wiki zouden willen zetten. De verslagen van deze gesprekken zijn overigens openbaar en kunnen dus allemaal worden nagelezen. Tijdgebrek en het gevoel niet deskundig genoeg te zijn om een tekstvoorstel over standaarden te kunnen beoordelen, zijn de belangrijkste redenen waarom mensen niet deel nemen aan de discussies op de wiki.

“Ik voel me niet expert genoeg om een technische tekst geschreven door de grootste experts op dat terrein te becommentariëren”
— een reactie op het gebruik van een wiki voor discussie

Op één specifiek onderwerp bezorgde ons dit veel hoofdbrekens: de webrichtlijnen. Overheidsorganisaties zijn gehouden aan het Kwaliteitsmodel Webrichtlijnen voor de ontwikkeling van hun website. Daarbij geldt kortweg: alles van het Rijk moet het doen, lagere overheden volgen. De regels zijn echter niet voor alle rijksinstellingen even gemakkelijk op te volgen, blijkt uit gesprekken die wij voerden. Vooral het aanbieden van een alternatief voor niet-tekstuele informatie (film, audio, stilstaand beeld) stuit op grote praktische en financiële bezwaren. Daarnaast blijkt ook nog eens dat wie niet hoeft, zich ook helemaal niet bezig houdt met webrichtlijnen. Dan gaat het binnen de erfgoedsector toch over het grootste deel van de instellingen. Dat maakt het extreem lastig om tot een algemene aanbeveling of richtlijn voor het hele erfgoedveld te komen.

Dit jaar willen we het hele project DE BASIS – dus zowel het idee van één pakket minimumeisen voor de digitalisering van cultureel erfgoed, als de opgenomen standaarden én de wijze van inspraak – in de vorm van een tussenevaluatie bespreken. Suggesties zijn van harte welkom op welke wijze u dat het prettigst zou vinden.

Immers, sinds de start van het project in 2006 beschikt DEN, naast een wiki en de ouderwetse e-mail, ook over dit weblog, twitterfeed, LinkedIn group om uw commentaar te geven. En als u het in een filmpje wilt zeggen, dan kunt u dat ook op ons YouTube-kanaal posten. Laat vooral uw stem horen!

Tags , ,

Interview Bernie Frischer

18-02-2010 | Jeroen van der Vliet

Wie de lezingen gemist heeft over Rome Reborn tijdens de studiedag Virtuele Historische Steden, krijgt in deze korte documentaire door Bernie Frischer de achtergronden uitgelegd van het Rome Reborn-project. De documentaire is gemaakt bij de presentatie van het project tijdens SIGGRAPH 2008.

YouTube Preview Image

Tags , ,