'Evenementen'

To e-read or not to e-read

24-06-2010 | Jeroen van der Vliet

Op 17 juni 2010 organiseerden Stichting DEN en de Vereniging voor Geschiedenis en Informatica een gezamenlijke studiedag over het digitale lezen. Een middag dus over e-readers, e-books en wat dit alles betekent voor het cultureel erfgoed. Er waar beter een studiedag over het miniaturiseren van hele bibliotheken in één klein apparaatje te houden dan in het kleinste stadje van Nederland: Madurodam.

De studiemiddag over e-books vond plaats in een zonovergoten Madurodam.

Dagvoorzitter Robèrt Gillesse trapte af met een korte inleiding waarin hij zich openlijk afvroeg of de e-reader nu een toevoeging is om (digitale) informatie tot ons te nemen of dat dit het onvermijdelijke einde zal betekenen voor het op papier gedrukte boek. De vraag “Will it blend?” werd overigens wel bijzonderlijk letterlijk genomen in een YouTube-filmpje dat Gillesse toonde waarin een Apple iPad in de blender werd vermalen.

Wiebe de Jager is als uitgever van Eburon en initiatiefnemer van Ereaders.nl een van de voorlopers in Nederland op het gebied van e-books. De Jager noemde 2009 het jaar van het e-reading; de publieke aandacht was nooit eerder zo groot. Verkopen van e-readers en e-books vallen echter nog steeds tegen. De Jager verwacht dat een massale overstap op e-readers pas zal plaatsvinden wanneer obstakels als verkoopprijs, beschikbaarheid en flexibiliteit zijn opgelost. Zo zijn e-books nauwelijks goedkoper dan papieren boeken (en de BTW op e-books is met 19% zelfs veel hoger dan de 6% voor een papieren boek).

Over de studiemiddag werd druk getwitterd. Op de vraag aan de zaal wie er een e-reader heeft, gingen vijf handen op. Toevallig bleken die allemaal op dezelfde – eerste – rij te zitten.

Verder is het aanbod van digitale boeken in het Nederlandse taalgebied nog zeer bescheiden met zo’n 3 à 4000 titels. Wat de aarzelende bekeerling zeker nog tegenhoudt is het bestaan van verschillende, incompatibele bestandsformaten als mobipocket, epub en pdf. Net als met de videoband, waar eerst het pleit beslecht moest worden tussen de formaten vhs en betamax – om niet te spreken van video2000 – is deze slag volgens De Jager ook onherroepelijk nodig voor e-books.

Een bijzonder heikel punt voor de gebruikers van e-books is de toepassing van verschillende strigente kopieerbeveiligingen, kort samengevat als drm of te wel digital rights management. Deze beperkingen moeten de illegale verspreiding van digitaal materiaal voorkomen, maar hinderen daarbij ook legale kopers en gebruikers. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om onverminderd e-books te kopiëren van de ene naar de andere reader, hetgeen niet ondenkbaar is aangezien er nog steeds nieuwere versies van e-readers op de markt worden gebracht. En zoals Jan de Waal van Basisbibliotheek Maasland beaamt, drm brengt ook het uitleenverkeer van bibliotheken geheel in de war: door licenties mogen bibliotheken maar één exemplaar van e-book tegelijk uitlenen!

Renze Brandsma en Caspar Treijtel van de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam gaan er vanuit dat deze organisatie vanaf 2025 helemaal geen gedrukte boeken meer zal aanschaffen. In de tussentijd is de universiteitsbibliotheek druk bezig de analoge wetenschappelijke collecties volledig te digitaliseren. Daardoor zullen de gedrukte boeken minder als informatiedrager en meer als cultureel erfgoed gaan worden beschouwd. De wetenschappelijke bibliotheek zal zich in deze digitale wereld, net als de eerdergenoemde openbare bibliotheken, moeten heruitvinden en zich profileren als een studiecentrum waar studenten en onderzoekers kunnen samenwerken.

René van Stipriaans eerste kennismaking met e-readers was van enkele jaren terug toen hij werd benaderd door het bedrijf iRex (dat overigens eerder op de dag aankondigde in surseance te zijn): of de hele DBNL bij wijze van promotiestunt op de iLiad zou kunnen worden gezet. Van Stipriaan ziet vooralsnog een uiterst moeizame opkomst van e-readers met maar weinig aanbod en waar ook niemand geld aan lijkt te verdienen.

Ziet de toekomst van het e-book er Googlefied uit, vroeg René van Stipriaan zich hardop af.

Op een studiemiddag over e-books is het onderwerp copyright – helaas – onvermijdelijk. En aangezien het woord “drm”, en de verwarring die dit met zich meebrengt voor uitgever én lezer al waren genoemd, is een bespreking van wat wel en niet mag met e-books ook onontbeerlijk. In veel opzichten is de situatie van e-books hetzelfde als die van gedrukte boeken: voor verspreiding is toestemming van de oorspronkelijke maker nodig en dat geldt nog tot 70 jaar na het overlijden van de langstlevende rechthebbende (dit hoeft niet altijd alleen de auteur te zijn, ook freelance illustratoren, fotografen of vormgevers kunnen aanspraak maken op het werk), daarna komt op 1 januari van het daaropvolgende jaar het werk in het publiek domein.

Er zijn echter ook enkele belangrijke juridische verschillen, constateert Lizzy Kok van de Koninklijke Bibliotheek. Zo kennen contracten van vóór 1990 het begrip “digitale exploitatie” niet, terwijl bij nieuwere contracten niet altijd duidelijk is of de verspreiding als e-book werkelijk is inbegrepen. Dat betekent dus vaak opnieuw onderhandelen met àlle rechthebbenden.

Tot slot brengt Paul Rutten, hoogleraar digitale mediastudies aan de Universiteit Leiden, de verschillende lezingen weer bijeen in een brede bespiegeling op het digitaal lezen. Rutten citeert daarbij met regelmaat Marshall McLuhan (1911-1980) om e-readers en e-books een plaats te geven. Het horseless carriage syndrom is sprekend van toepassing op de terminologie van e-books en ook e-readers proberen duidelijk de “look and feel” van het gedrukte boek te kopiëren. Of nog zo’n kraker: de inhoud van het nieuwe medium is het oude medium. Het gros van de e-books bestaat immers uit gedigitaliseerde versies van reeds gedrukte werken.

Daarmee zien we de toekomst door de achteruitkijkspiegel. Waarom proberen e-readerverkopers juist senioren aan het digitaal lezen te krijgen? Jongeren hebben de toekomst, maar onder de 30 is er niemand die een e-reader heeft. Rutten kijkt daarom met vertrouwen naar de toekomst waarin voor digitaal en papier een markt blijft. Daarbij zal de digitale publicatie veel meer een eigen weg kiezen en steeds minder nog lijken op de leeservaring van papier.

Een digitale publicatie zal vaak doorverwijzen naar andere bronnen, net als het internet, interactief zijn en mogelijkheden bieden voor samen werken en samen lezen. Het is de praktische toepassing die vooral bepalend zijn op welke wijze de informatie tot ons komt: form follows function. Dat is overigens geen wijsheid van McLuhan, maar van architect Louis Sullivan (1856-1924).

We zouden het bijna vergeten, zelfs Madurodam is al helemaal in oranjestemming met het WK voetbal op de buis.

Nachleben
Over de studiemiddag is druk getwitterd, geblogt en met de digitale fotocamera vastgelegd (ook al zo’n horseless carriage). Een kleine selectie van blogs met 23 Dingen en een Mens, Festina Lente, Museum Future en we voegen natuurlijk meer toe als deze verschijnen. De berichten van de twitterende deelnemers zijn bijeengebracht op Twapper Keeper en foto’s, gemaakt door Jan de Waal, zijn te bewonderen op Picasa en die van DEN op Flickr. De presentaties (in PowerPoint-formaat) zijn eveneens beschikbaar.

Tags

Op de drempel van DEN: IS&T Archiving conference 2010

10-06-2010 | Robert Gillesse

Uw verslaggever was vorige week deelnemer aan de IS&T Archiving 2010 conference – een internationale jaarlijkse conferentie over digitale duurzaamheid en image capture. De conferentie duurde vier dagen, waarvan de eerste dag een pre-conference was met workshops. De andere dagen waren gevuld met lezingen, poster sessies en de nodige netwerkuurtjes. Deze keer was IS&T wel erg dicht bij huis: op de drempel van DEN, in het KB complex.

Zoals bij alle grote conferenties was het betreft de lezingen niet altijd feest. De ene lezing was beter dan de andere en/of sloot beter aan bij de belangstelling van ondergetekende. Ook wrong soms de combinatie van digitale duurzaamheid en imaging: de twee onderwerpen zijn geen natuurlijke bondgenoten. Bij sommige specialistische lezingen kreeg je sterk het idee dat een aanzienlijk deel van het publiek zich stierlijk zat te vervelen. Maar de afgelopen dagen overziend is het eindoordeel positief. Omdat Inge Angevaare van de NCDD reeds een prima blog over de conferentie heeft geschreven volsta ik hier met enkele persoonlijke observaties:

  • Een prominente rol in de conferentie was weggelegd voor een aantal grote Europese projecten op het gebied van digitale duurzaamheid. Met name Shaman en het zojuist afgeronde Planets waren duidelijk aanwezig. Opvallend toch hoe lastig het is, als relatieve nieuweling in dit veld, het overzicht te bewaren over al die verschillende Europese projecten. Natuurlijk gaat het uiteindelijk ook niet om die projecten an sich maar om de producten en diensten die ze opleveren. Het is hoog tijd mij hierin eens stevig te verdiepen…
  • Zoals Inge op haar blog schrijft was de William Killbride van de Britse Digital Preservation Coalition (DPC) de onbetwistbare ‘winnaar’ van de conferentie. Zijn inspirende keynote gaf daadwerkelijk te denken over een aantal vaste waarden binnen de digitale duurzaamheidsdisussie. Om maar eens wat te noemen:
    • Digitale duurzaamheid is moeilijk. Als je altijd uitgaat van het OAIS model wel ja, maar als je nu eerst eens begint  de backuptapes van de vloer van de serverruimte te halen en die elders op te slaan is dat al een mooi begin. Kortom: begin niet altijd met het moeilijkste.
    • Digitale duurzaamheid is duur. Je kunt de vraag ook omdraaien, wat kost het als je niets doet, wanneer het waardevolle deel van je digitale data teloorgaat? Digitale bronnen zijn assets, hebben waarde!
    • Digitale duurzaamheid is een specialisme geworden. De afgelopen 10 à 15 jaar is er enorme vooruitgang geboekt op het gebied van digitale duurzaamheid. Een van de gevolgen daarvan is dat een heel vakgebied met bijbehorend jargon is ontstaan. Het gevaar bestaat dat wanneer het onderwerp aan beleidsmakers moet worden verkocht de vertaalslag naar een begrijpelijke case moeilijk kan worden gemaakt.

    Killbride’s betoog kwam er eigenlijk op neer digitale duurzaamheid niet altijd in de probleemsfeer (moeilijk en duur) te trekken maar juist de waarde te benadrukken van de te behouden digitale data. In wezen een open deur van jewelste, maar soms kan het geen kwaad to state the obvious

  • Enige stevige food for thought had Killbride ook betreft de eindeloze discussie welke bestandsformaten nu wel of niet geschikt zijn voor archivering: de keuze van een robuust formaat zou niet alleen mogen worden bepaald door de technische eisen. Ook zou in de beslissing moeten worden meegewogen voor welk publiek en in welke workflow het formaat uiteindelijk gebruikt gaat worden. Hoe zinvol is het maken en bewaren van enorme TIFF masterbestanden als die in alledaags gebruik nooit gebruikt zullen gaan worden?
  • In de sfeer van bestandsformaten blijvende: opvallend was de aandacht voor het DNG (Digital Negative) formaat. Een tweetal lezingen (door Peter Krogh en Michael J. Bennet) hadden dit formaat als onderwerp. DNG is een door Adobe ontwikkelt formaat dat als doel heeft digitale foto’s die zijn opgeslagen in een proprietary raw formaat te converteren naar een open standaardformaat waarin de `ruwe` beeldinformatie bewaart blijft. Het opslaan van de raw photo data heeft voordelen voor de beheerder van fotografisch materiaal: alle informatie die de digitale camera heeft vastgelegd op de CCD bevindt zich in het beeld. In die zin lijkt een raw formaat op een analoog negatief (hence the name: digital negative). DNG is een extensie op het aloude TIFF formaat en biedt naast de raw opslag een andere interessante eigenschap: de mogelijkheid van non-destructieve nabewerking (parametric image editing). Nabewerkingen zijn in een DNG slechts lagen bovenop de originele, onaangetaste beeldinformatie. Ook een sterke feature is dat alleen van de basisbeeldlaag een checksum wordt gemaakt. Het mooie hiervan is dat de de duurzaamheid van het bestand kan worden bewaakt, los van de eventuele nabewerkingen. Of DNG interessant kan zijn voor erfgoedinstellingen (en dan met name de fotobeherende instellingen) is een onderzoek waard.
  • Betreft de image capture gaf Hans van Dormolen (beeldwetenschapper KB) een presentatie van de nieuwe Metamorfoze richtlijnen (meest opvallende vernieuwing: het werken met verschillende kwaliteitsniveau’s), het eerder op deze plaats behandelde UTT test target en bijbehorende controle software. De mogelijkheden van automatische controle – op basis van test targets – van een digitaliseringsworkflow werd aannemelijk gemaakt door Paul W. Jones van het Amerikaans bedrijf Certifi Media. Interessant in dit verhaal was ook dat automatische kwaliteitscontrole werd verbonden aan automatische beeldnabewerking.
  • Spectaculair beeldmateriaal betrof de lezing van Scott Geffert, een imaging consultant werkzaam in onder andere het Van Gogh Museum en het Rijskmuseum. De digitalisering van de schilderijencollectie van het Van Gogh is zeer grondig aangepakt. Van elk schilderij zijn meerdere digitale opnames gemaakt, met meerdere belichtingen, die, behalve nog een kunstzinnig ‘beauty shot‘ allemaal voldoen aan de Metamorfoze standaarden (Hans van Dormolen is dan ook nauw betrolken geweest bij dit project). Geffert liet een prachtige interface zien waarmee door de ‘belichtingslagen’ kon worden ‘gewandeld’ en toonde en passant een Ipad app waarmee de geheime wens van iedere liefhebber wordt waargemaakt: het van heel dichtbij, ja intiem, beroeren van de penseelstreek van Van Gogh.

Nu de conferentie over is rest ons een forse bundel met lezenswaardige proceedings. Deze zomer zal in het teken staan van studie, stilte en contemplatie.

Tags ,

Let me Intertain you

19-04-2010 | Marco Streefkerk

Vrijdag was de officiële opening van Intertain: een nieuw laboratorium binnen de afdeling Informatica van de Vrije Universiteit Amsterdam met faciliteiten voor onderzoek en experiment.

Het ultimieme doel van dit HomeLab is om een realistisch analoge representatie te bieden van de vernetwerkte maatschappij. Dat maakt natuurlijk nieuwsgierig. Het programma van de opening bestond uit een dag van lezingen en demonstraties, waaronder een blok met erfgoed. Eén daarvan betrof een experiment om de webinterface, ontwikkeld binnen MultiMedian E-culture, te gebruiken op een Touch Table. De inhoud is afkomstig van het Amsterdams Historisch Museum waarvan (een deel van) de collectiebeschrijvingen geschikt zijn gemaakt als Linked Open Data. Het zou overigens mooi zijn als het AHM deze semantische data ook voor andere toepassingen beschikbaar zou stellen.

http://www.vimeo.com/10996170

De publieke belangstelling viel me wat tegen ondanks de gratis entree. Wellicht mede dankzij de vrije toegang bleven bijna de helft van de naamkaartjes onopgehaald aan het einde van de dag. Onder de aan- en afwezigen ook enkele collega’s uit het erfgoed en dat vind ik ook logisch. De digitale diensten (website, databases) en de fysieke diensten (tentoonstellingen, studiezalen) worden binnen instellingen vaak redelijk onafhankelijk van elkaar ontwikkeld, beheerd en aangeboden. Juist de koppeling van beide biedt nog unieke waardecreatie. Het HomeLab biedt inspiratie op het raakvlak van digitaal en fysiek. Voor degene die het gemist hebben is een hier de promo.

http://www.vimeo.com/10995816

Het filmpje maakt voor mij nog niet helemaal duidelijk in hoeverre het Home Lab nieuwe vormen van onderzoek naar de interactie tussen mensen en technolgie mogelijk zal maken. Voorlopig zien we een aantal moderne technologiën gedemonstreerd in bestaand gebruiks- en onderzoeksituaties. Wel allemaal in één ruimte en dat is natuurlijk interessant. Een beschrijving van alle faciliteiten is te lezen op de website. Het aantal keren dat het Home Lab de komende tijd bezet zal zijn en het soort gebruik, moet een idee geven van nut en noodzaak van deze nieuwe onderzoeksruimte aan de Vrije Universiteit. Reserveren kan per e-mail. Ik ben benieuwd welk museum of archief zich binnenkort op de VU laat Intertainen.

Tags , , , ,

Van Rijn naar Donau

29-01-2010 | Marco Streefkerk

Afgelopen week was ik bij een bijeenkomst van Europeana in Berlijn. Onderwerp van gesprek: het Europeana Data Model (EDM).  Op tafel lag versie 4 waarvan hieronder een uitwerking is te zien.

Europeana Data Model

Europeana Data Model

In twee dagen van presentaties, demonstraties en discussies moesten we komen tot versie 5 die als basis voor de belangrijkste toegang voor Europees Erfgoed voor de komende jaren moet dienen. De doelstelling vanuit de EU daarbij is geen kleintje: de zoekdienst moet beter zijn dan datgene wat de Europese burger nu in de meeste gevallen zal gebruiken: een internet zoekmachine zoals Google.

De introductie van het EDM markeert de overgang tussen versie 1 (verwacht dit najaar) en versie 2 van Europeana die medio 2011 is gepland. De projectorganisatie vernoemt de versies naar Europese rivieren: van de Rijn naar de Donau. Nu is dit geografisch geen hele grote afstand en ligt er een kanaal als directe verbinding, binnen Europeana is toch wel sprake van een enorme stap.

Tot op heden was de aanpak gericht op de grootste gemeenschappelijke deler tussen de beschrijvingen van al die diverse collecties uit al die landen. De Rijn-versie werkt met de Europeana Semantic Elements: in de kern Dublin Core met wat aanvullende velden.

Voor de Donau is gezocht naar een gemeenschappelijk model van een dusdanig hoog abstractieniveau dat het voor alle onderdelen van het erfgoed bruikbaar is. Het model is geïnspireerd door bestaande datamodellen (zoals CIDOC-CRM) en opgezet als een ontologie. Daarnaast moet EDM aansluiten bij het Semantische Web en Linked Data. Vanuit mijn verleden in de wetenschappelijke bibliotheek ben ik persoonlijk zeer nieuwsgierig naar het gebruik van (onderdelen van) OAI-ORE.

Ik vind de aandacht voor datamodellering goed. Ook voor DE BASIS hebben we gedacht aan een ontologie om het erfgoed als gemeenschappelijke onderwerp te beschrijven.  Probleem daarbij is: als je overeenstemming bereikt op een dergelijk hoog abstractieniveau als een ontologie (wat al lastig genoeg is), moet het nog werkend gemaakt worden in de praktijk. Vanuit de ervaringen met bijvoorbeeld CIDOC-CRM is enige scepsis logisch. Maar met een positieve insteek kan je ook zeggen dat met de opkomst van het semantisch web ontologieën een come-back maken.

Feit is wel dat Europeana een zeer ambitieuze planning hanteert. Er is weinig ruimte voor het opdoen van ervaringen met het huidige model (op basis van ESE).  Ervaring die zeer nuttig kan zijn bij het in de praktijk brengen van het nieuwe model (EDM) op het diverse erfgoed. Tijdens de bijeenkomst deze week werden wel al voorbeelden getoond, naast de onvermijdelijke Mona Lisa, van hoe beschrijvingen van boeken, kranten en video als eigenschappen, waarden en relaties in het theoretische model passen.  Vervolg bijeenkomsten voor de afzonderlijke domeinen moeten de (on)mogelijkheden verder in kaart brengen. Hoe zit het bijvoorbeeld met archieven (EAD), AV-collecties (Frbr) en archeologie en monumenten (GIS)?

Een ander vraagstuk waar in Berlijn nog nauwelijks aandacht aan kon worden besteed is in hoeverre het model in staat is om de gevraagde functionele specificaties te leveren. Daar zijn immers al lijvige documenten aan gewijd. Bij het realiseren daarvan moet de Donau-versie daadwerkelijk een grote verbetering voor de gebruikers leveren. Als Europeana daarbij teleurstelt is er het risico dat de politiek in Brussel haar enthousiasme voor de Europese erfgoedsite verliest en de geldkraan dichtdraait.

Heikel punt daarin blijft de meertaligheid. Domme zoekmachines zoals Google lijken steeds beter in staat om over taalgrenzen heen te werken, ook natuurlijk omdat ze het Engels als de facto standaard hanteren. Uniforme betekenis en intelligentie bieden voor de zes kerntalen van de EU, zoals van Europeana wordt verwacht, plus het respecteren van de (historische) taalcultuur van de verschillende erfgoedcollecties vormt een uitdaging waarvoor een oplossing nog niet in zicht is. Vanuit de aanwezigen in Berlijn kwam het verzoek om proefdata vrij beschikbaar te maken zodat onderzoekers wereldwijd zich op dit vraagstuk kunnen storten.

Na twee dagen Berlijn is mijn eigen conclusie dat Europeana voor een enorme uitdaging staat. Het project vormt een katalysator voor iedereen die overtuigd is van het belang van samenwerking en openheid bij het realiseren van een belangrijke maatschappelijke rol voor erfgoed in de digitale wereld. Een kritische maar tegelijk actieve en constructieve houding van dataproviders, de collectiebeheerders, ook in Nederland is essentieel voor het succes van Europeana. DEN zal daarbij waar mogelijk ondersteunen en aanjagen.

Tags ,

Follow the Tweeter

18-12-2009 | Monika Lechner

Sinds de DISH conferentie is het duidelijk: Twitter is hot en erfgoedprofessionals lopen er warm voor. Het is niet alleen hét nieuwe communicatiemiddel, het is the place to be als het gaat om lichtvoetige conversatie met je peers. Op DISH was het niet alleen een manier om te peilen wat anderen van de presentaties vonden, maar ook, om te spieken wat er bij de workshops gebeurde die je niet bij kon wonen.

Zelfs mensen die niet op de conferentie aanwezig waren, werden zo op de hoogte gehouden. Door tweets (de berichtjes die via Twitter worden verstuurd) van een bepaald hash-tag-label te voorzien, maak je het mogelijk de conversatie over dit onderwerp te volgen. Zo kun je dankzij dehash-tag nog steeds de tweetstream van #Dish09 bekijken. Er werd zelfs informeel een tweetup op DISH georganiseerd, waarbij een deel van de twitteraars elkaar in het echt ontmoette. Het is te hopen dat dit volgend jaar in het programma kan worden opgenomen, zodat ook echt alle actieve microbloggers elkaar kunnen aanschouwen.

Omdat nog lang niet iedereen zelf aan het twitteren geslagen is, hieronder een korte video met uitleg over het gebruik van dit medium.

YouTube Preview Image

Over wat wel en niet met Twitter kan en moet, zijn de meningen nog zeer verdeeld. Een erfgoedinstelling die er naar mijn mening goed gebruik van maakt, is het Museum Boerhaave. Regelmatige berichten met toegevoegde waarde zijn kenmerkend. Zo hebben ze Twitteraars exclusief de kans gegeven om naar de tentoonstellingsopening te komen:

Exclusieve uitnodiging voor Twitteraars

Wie vervolgens zijn of haar e-mailadres in een direct message(DM) aan hen doorstuurde, kreeg per ommegaande een persoonlijke uitnodiging toegestuurd. Een leuke actie die tot gevolg had dat ik, samen met mijn collega Annelies, de opening bijwoonde. Iets wat niet was gebeurd, als ze niet specifiek gebruik van Twitter hadden gemaakt.

Niet dat ze genodigden tekort kwamen overigens, de zaal was meer dan goed gevuld. In zijn openingsrede verkondigde directeur Dirk van Delft dat met deze tentoonstelling het uitdragen van een nieuwe visie begint. Zonder dat het expliciet genoemd werd, interpreteer ik daarin de toekomstvisie die het Center for the Future of the Museum beschrijft. Hieronder de vijf punten met tussen haakjes hoe ik dat, soms met een grote knipoog, terug zag in de opening van NewtonMania:

  1. Groen (appels als haptisch tentoonstellingslogo);
  2. Persoonlijk (voldoende doe- en leer mogelijkheden);
  3. Comfortabel: creatieve interactie tussen mensen die normaal niet met elkaar zouden communiceren (moderne dansgroep en breakdancers fascineerden de “jeugd van 8 tot 88″);
  4. Interactief (Twitter, ook in de zaal aanwezig);
  5. Flexibel (graffiti als tijdelijk intermezzo).

Het lijkt erop dat Newton’s appel opnieuw gevallen is, dit keer om de aantrekkingskracht van erfgoedinstellingen te herdefiniëren.

Tags , , , ,

Catch the Future

24-11-2009 | Marco Streefkerk

Vrijdag 13 november was ik aanwezig bij het internationale symposium: ‘How to CATCH the future? Cultural heritage and humanities in a digital world’. CATCH (Continuous Access To Cultural Heritage) is een in 2005 gestart miljoenen programma waarin inmiddels 14 projecten zijn ondergebracht gericht op kruisbestuiving tussen onderzoek en erfgoed. Voor uitvoering van een project werkt telkens een team van één promovendus, één postdoc en één programmeur bij een erfgoedinstelling. Speciaal voor de gelegenheid liet NWO een promotiefilmpje maken dat een beeld geeft van vier projecten.

http://www.vimeo.com/7708763

Het programma zat bomvol: zes projectpresentaties, twee key-notes, een discussieforum, een introductie, projectaanbevelingen, uitleg over het vervolgprogramma (CATCHPlus), een videoboodschap en een wrap-up. In de lunch ook nog een rondleiding door het Stadsarchief Amsterdam en het gebouw De Bazel. Zo was er uiteindelijk weinig ruimte voor kruisbestuiving tussen de deelnemers.

De keynotes waren van Valentijn Byvanck en Chad Gaffield. Beiden schoven de computer en de beamer terzijde om, zoals ze zelf aangaven, zich te onderscheiden van de hightech projectpresentaties. Byvanck had het over de brede opdracht die het nieuwe Nationaal Historisch Museum voor zich zelf ziet. Daarbij hoort volgens hem ook een centrale rol op het gebied van innovatie en digitale dienstverlening. Byvanck vindt dat musea daarbij momenteel nog ernstig tekort schieten en nodigde iedereen met ambitie (en middelen?) uit zich bij het NHM te melden.

Bij de projectpresentaties kwamen alleen onderzoekers aan het woord en ook in de vragenrondjes bleven de aanwezige erfgoedprofessionals opvallend stil. Wellicht een indicatie voor de afstand tussen wetenschap en praktijk ook als het gaat om gebruik van cultureel erfgoed. Het CATCH programma vormt een manier om die afstand te verkleinen. Een volgende stap is als erfgoed en wetenschap er in slagen om een aantal van de resultaten uit de projecten ook daadwerkelijk binnen de praktijk van instellingen toe te passen. Echte verbeteringen in de werkprocessen of meer gebruikswaarde voor het publiek kunnen als voorbeeld gelden voor meer samenwerking.

Juist voor dat doel is CATCHPlus gestart. Knelpunt daarbij is dat de sector de organisatie mist om generieke technologische hulpmiddelen en gemeenschappelijke infrastructuur uit te rollen en te beheren. Maar wellicht dat de komst van het NHM daarin verandering gaat brengen.

Tegen het eind van de dag droeg ook minister Plasterk van OCW via een videoboodschap bij aan het symposium. Hij sprak van het maatschappelijk potentieel van (digitaal) erfgoed en het belang van de hulp van de wetenschap bij het benutten van dit potentieel. Hij verwees naar nieuw beleid van zijn ministerie dat in het najaar de erfgoedsector kaders moet geven om zich verder te ontwikkelen. Als voorwaarde noemde hij alvast de toegankelijkheid van het cultureel erfgoed voor hergebruik door de creatieve industrie en stelde de OpenAccess ontwikkeling in de wetenschap daarbij als voorbeeld. Ik ga er vanuit dat de minister in zijn nieuwe beleid dan ook aandacht besteed aan het auteursrecht als beperkende factor bij het gebruik van digitaal erfgoed.

Tags , ,

DEN@PICNIC

28-09-2009 | Marco Streefkerk

Vorige week heb ik drie dagen buiten de deur genoten bij not your ordinary PICNIC 2009. Een hele belevenis! Een conferentie met eromheen een festival of een festival met inhoud, afhankelijk van hoe je je aanwezigheid invult. Afgaande op de vaak overvolle zalen, is Picnic voor de meeste bezoekers toch gewoon een driedaagse conferentie, met meerdere parallelle lezingen, met heel veel informatie en koffie- en lunch pauzes om standjes te bezoeken en te netwerken. Hieronder een paar persoonlijke herinneringen:

The privacy paradox
Op het Web 2.0 en de sociale netwerken daarbinnen is gebruikersparticipatie essentieel. Iedereen is niet alleen consument maar ook producent van data. We maken onze kennis, onze mening en onze persoonlijke kenmerken inzichtelijk voor andere gebruikers en daarmee wordt de webervaring rijker. Zeer relevant voor de erfgoedsector waar internet een onbeperkt medium vormt voor interactie rond collecties en hun context tussen de professionals bij de instellingen en het publiek van scholieren, wetenschappers, hobbyisten en persoonlijk betrokkenen.

Maar de enorme hoeveelheid persoonlijke data vormt ook een digitale schaduw van onszelf die we als een gevaar voor onze privacy beschouwen, zeker als informatie van verschillende sites kan worden gecombineerd.

Bernard Joffe van +8* voegde nog een extra dimensie toe aan dit spanningsveld tussen fysiek en virtueel. Het menselijk gedrag op sociale netwerken is dusdanig voorspelbaar dat computers of bots, daar al aardig in participeren.

Op die manier krijgt het idee dat iedereen op internet een andere persoonlijkheid kan aannemen opeens een nieuwe betekenis: on the internet nobody knows you’re a bot. Met websitebeheerders en bots die er op uit zijn om zoveel mogelijk van ons als gebruikers af te weten, is volgens Joffe sprake van een digital panopticum refererend aan gevanigenisbouw waar het centrum alles ziet zonder dat de gevangenen dat zelf weten. Voorzichtigheid is dus geboden want online reputation is the currency of the next decade.

Christiaan van’t Hof van het Rathenau Instituut, dat de effecten van wetenschap en technologie op onze samenleving onderzoekt, bood een oplossingsrichting met zijn voorstel om niet te spreken van privacy maar liever van identity management. Beheer van de eigen identiteit klinkt positiever dan privacy en impliceert ook eigen inbreng. Beheer van identiteit is een technisch vraagstuk maar belangrijker nog een sociaal. Van ‘t Hof sprak over ‘handel’. Persoonlijke gegevens zijn waardevol en wie ze op internet wil hebben, moet daar iets tegenover stellen. Naast wederkerigheid is ook vertrouwen een voorwaarde voor de handel in persoonlijke gegevens. Om nu te voorkomen dat je op internet met elke sociale applicatie een vertrouwensband moet opbouwen, ziet van ‘t Hof een rol voor trusted service managers: onafhankelijke bemiddelaars. Als alternatief voor het panopticum sprak van ‘t Hof van een synopticum: identity management als een netwerk van relaties tussen partijen die elkaar vertrouwen. Centraal versus gedistribueerd, hmm… waar ken ik dat van?

The time paradox
YouTube Preview Image Kinderen alleen laten met snoep en de opdracht om er af te blijven klinkt gemeen, maar is een psychologisch experiment dat volgens professor Zimbardo van de Universiteit van Stanford een indicatie geeft voor de mate van succes in het leven. Zimbardo maakt een onderscheid tussen orientatie op het verleden, het heden en de toekomst en stelt dat deze drie in verschillende mate bij iedereen aanwezig zijn. Wanneer we ons hiervan bewust zijn en de positieve eigenschappen van elk optimaal weten in te zetten hebben we meer kans op succes. Daarin zie ik een mooie analogie met de activiteiten van erfgoedinstellingen in deze tijd: rijk aan objecten en kennis uit het verleden, met inzicht in de mogelijkheden ervan in de digitale toekomst, in staat om nu bezig te zijn met de daarvoor noodzakelijke digitalisering en innovatie in het dienstenaanbod. Wie benieuwd is naar de eigen orientatie op tijd kan de test van Zimbardo doen.

The PICNIC paradox
Hoewel ik, zoals gezegd, genoten heb van de conferentie, weet ik niet of ik volgend jaar weer zal gaan. Het is zeer inspirerend en motiverend om drie dagen onder gedompeld te worden in innovatie, nieuwe media en geavanceerde technologie. PICNIC heeft mijn overtuiging bevestigd dat de fysieke en virtuele wereld steeds meer met elkaar vermengd worden. Erfgoed als kennissector met een sterke fysiek element in de vorm van de collecties kan in zo’n hybride werkelijkheid bij uitstek renderen.

Tegelijk vond ik het programma nogal versnipperd en miste ik de discussie over toepassing van alle nieuwe mogelijkheden op waardevolle content. Een grotere deelname vanuit de erfgoedsector zou wat mij betreft daarin kunnen voorzien en ik kan zeker de middelgrote instellingen aanraden zich ook eens op een picnic te laten inspireren. Als jullie komen volgend jaar, dan kom ik zeker ook weer. Afgesproken?

Een interview met mij en andere bezoekers van PICNIC 2009 zijn te bekijken in een video-impressie.

Tags , , , ,

Keynotes Digitaal Erfgoedconferentie 2008

04-01-2009 | Marco de Niet

1. Diane Zorich: Going Outside to Get Inside: Library, Archive, and Museum Collaboration as a Strategy for Online Engagement

http://www.digitaalallemaal.nl/wp-content/video/zorich.flv

Bekijk de presentatie van Diane Zorich in PDF-formaat.

2. Nancy Proctor: Outside in the Agora: Mobile Interpretation and Socratic Dialogue in the Networked Museum

http://www.digitaalallemaal.nl/wp-content/video/proctor.flv

Bekijk de presentatie van Nancy Proctor in PDF-formaat. (more…)

Tags

Digitaal Erfgoedconferentie 2008

07-07-2008 | Digitaal Erfgoed Nederland

De vijfde editie van de Digitaal Erfgoedconferentie zal plaatsvinden op 9 en 10 december 2008 in de Doelen in Rotterdam. Nadere informatie over de thema’s, de programmacommissie, inschrijving en programma volgen nog. Kijk op ook www.den.nl/innovatie/de_conferentie2008/.

Tags ,

Sfeerimpressie DE conferentie 2007

07-02-2008 | Digitaal Erfgoed Nederland

Met 350 deelnemers was de vierde editie van de Digitaal Erfgoedconferentie zeer succesvol. Dit filmpje geeft een sfeerimpressie van de conferentie, om de herinneringen aan de keynotelezingen, de themapresentaties, de debatten en de workshops levend te houden.

YouTube Preview Image

Alle presentaties zijn beschikbaar op de website van DEN.

Tags ,