Maak je testbed op!

16-08-2010 | Jeroen van der Vliet

Team Digital Preservation heeft inmiddels een vijfde WePreserve-filmpje gepost op YouTube. Dit maal staat het belang van testen in het kader van digitale duurzaamheid centraal.

YouTube Preview Image

Tags

Project I.R.E.N.E.: digitalisering van oude audiomaterialen door optische oppervlakte-scan

10-06-2010 | Digitaal Erfgoed Nederland

Op uitnodiging van DEN heeft Kees Grijpink van het Meertens Instituut een gast-blogpost geschreven over zijn bezoek aan de Recorded Sound Division van de Library of Congress (LoC) in Washington. Hij kreeg hier een uitgebreide demonstratie van een innovatieve techniek om oude audiomaterialen af te kunnen spelen en te digitaliseren. Lees hieronder zijn verslag.


Tijdens mijn bezoek aan de Library of Congress heb ik kennis gemaakt met een groot aantal mensen die zich direct of indirect bezighouden met de conservering van audiomateriaal. Peter Aleya, werkzaam in Washington bij de Recorded Sound Division van de LoC, is samen met Carl Haber (Lawrence Berkeley National Lab) de bedenker en ontwikkelaar van het project I.R.E.N.E. (Image, Reconstruct, Erase, Noise, Etc.). Dit project is een in samenwerking ontwikkelde 2D- en 3D-scanner, waarmee een image kan worden gemaakt van de groeven van geluidsdragers zoals wasrollen en grammofoonplaten. Men maakt een 2D-of 3D-scan van een geluidsdrager en de gemaakte image kan vervolgens via een ‘virtuele platenspeler’  hoorbaar gemaakt en opgeslagen worden.

3D-scanner voor wasrollen
3D-scanner voor wasrollen

Tijdens de demonstratie van het prototype werd al snel duidelijk dat de mogelijkheden en resultaten van dit apparaat zeer goed te noemen zijn en dat de reproductie van vintage en zelfs beschadigd audiomateriaal via deze ‘virtuele platenspeler’ voor de komende jaren onovertroffen zal zijn. Alhoewel het nu ook al mogelijk is om gebarsten wasrollen af te spelen, kan men met dit systeem zelfs losgelaten stukken acetaat, van bijvoorbeeld acetates met een glazen basis, apart inscannen, om ze vervolgens als een puzzel in elkaar te zetten.

In vergelijking met de Optical Turntable die al zo’n 10 jaar in gebruik is bij het Meertens Instituut, is de bediening van het prototype van project I.R.E.N.E. eigenlijk vrij eenvoudig te noemen. Afhankelijk van de afmeting en de ‘speelduur’ van de geluidsdrager, is een 1:1 overzetting vrij snel voltooid. Volgens de ontwerpers is het ook niet direct noodzakelijk dat de geluidsdrager vooraf wordt gereinigd. Normaal gesproken is dit al een tijdrovende bezigheid met kans op onherstelbare schade van de geluidsdrager, bijvoorbeeld bij acetaat op glas.

Het is uiteindelijk de bedoeling dat er alleen een 3D-versie operationeel zal zijn. Maar tegen de tijd dat I.R.E.N.E. beschikbaar is voor derden, zullen wij bij het Meertens Instituut helaas de digitalisering van onze vintage grammofoonplaten al voltooid hebben.

Kees Grijpink
Hoofd audio digitalisering Meertens Instituut

Voor eventuele aanvullende informatie, kunt u per e-mail contact opnemen met Kees Grijpink: kees.grijpink@meertens.knaw.nl.

Website audioconservering: www.meertens.knaw.nl/meertensnet/wdb.php?sel=138820.

Tags , ,

Op de drempel van DEN: IS&T Archiving conference 2010

10-06-2010 | Robert Gillesse

Uw verslaggever was vorige week deelnemer aan de IS&T Archiving 2010 conference – een internationale jaarlijkse conferentie over digitale duurzaamheid en image capture. De conferentie duurde vier dagen, waarvan de eerste dag een pre-conference was met workshops. De andere dagen waren gevuld met lezingen, poster sessies en de nodige netwerkuurtjes. Deze keer was IS&T wel erg dicht bij huis: op de drempel van DEN, in het KB complex.

Zoals bij alle grote conferenties was het betreft de lezingen niet altijd feest. De ene lezing was beter dan de andere en/of sloot beter aan bij de belangstelling van ondergetekende. Ook wrong soms de combinatie van digitale duurzaamheid en imaging: de twee onderwerpen zijn geen natuurlijke bondgenoten. Bij sommige specialistische lezingen kreeg je sterk het idee dat een aanzienlijk deel van het publiek zich stierlijk zat te vervelen. Maar de afgelopen dagen overziend is het eindoordeel positief. Omdat Inge Angevaare van de NCDD reeds een prima blog over de conferentie heeft geschreven volsta ik hier met enkele persoonlijke observaties:

  • Een prominente rol in de conferentie was weggelegd voor een aantal grote Europese projecten op het gebied van digitale duurzaamheid. Met name Shaman en het zojuist afgeronde Planets waren duidelijk aanwezig. Opvallend toch hoe lastig het is, als relatieve nieuweling in dit veld, het overzicht te bewaren over al die verschillende Europese projecten. Natuurlijk gaat het uiteindelijk ook niet om die projecten an sich maar om de producten en diensten die ze opleveren. Het is hoog tijd mij hierin eens stevig te verdiepen…
  • Zoals Inge op haar blog schrijft was de William Killbride van de Britse Digital Preservation Coalition (DPC) de onbetwistbare ‘winnaar’ van de conferentie. Zijn inspirende keynote gaf daadwerkelijk te denken over een aantal vaste waarden binnen de digitale duurzaamheidsdisussie. Om maar eens wat te noemen:
    • Digitale duurzaamheid is moeilijk. Als je altijd uitgaat van het OAIS model wel ja, maar als je nu eerst eens begint  de backuptapes van de vloer van de serverruimte te halen en die elders op te slaan is dat al een mooi begin. Kortom: begin niet altijd met het moeilijkste.
    • Digitale duurzaamheid is duur. Je kunt de vraag ook omdraaien, wat kost het als je niets doet, wanneer het waardevolle deel van je digitale data teloorgaat? Digitale bronnen zijn assets, hebben waarde!
    • Digitale duurzaamheid is een specialisme geworden. De afgelopen 10 à 15 jaar is er enorme vooruitgang geboekt op het gebied van digitale duurzaamheid. Een van de gevolgen daarvan is dat een heel vakgebied met bijbehorend jargon is ontstaan. Het gevaar bestaat dat wanneer het onderwerp aan beleidsmakers moet worden verkocht de vertaalslag naar een begrijpelijke case moeilijk kan worden gemaakt.

    Killbride’s betoog kwam er eigenlijk op neer digitale duurzaamheid niet altijd in de probleemsfeer (moeilijk en duur) te trekken maar juist de waarde te benadrukken van de te behouden digitale data. In wezen een open deur van jewelste, maar soms kan het geen kwaad to state the obvious

  • Enige stevige food for thought had Killbride ook betreft de eindeloze discussie welke bestandsformaten nu wel of niet geschikt zijn voor archivering: de keuze van een robuust formaat zou niet alleen mogen worden bepaald door de technische eisen. Ook zou in de beslissing moeten worden meegewogen voor welk publiek en in welke workflow het formaat uiteindelijk gebruikt gaat worden. Hoe zinvol is het maken en bewaren van enorme TIFF masterbestanden als die in alledaags gebruik nooit gebruikt zullen gaan worden?
  • In de sfeer van bestandsformaten blijvende: opvallend was de aandacht voor het DNG (Digital Negative) formaat. Een tweetal lezingen (door Peter Krogh en Michael J. Bennet) hadden dit formaat als onderwerp. DNG is een door Adobe ontwikkelt formaat dat als doel heeft digitale foto’s die zijn opgeslagen in een proprietary raw formaat te converteren naar een open standaardformaat waarin de `ruwe` beeldinformatie bewaart blijft. Het opslaan van de raw photo data heeft voordelen voor de beheerder van fotografisch materiaal: alle informatie die de digitale camera heeft vastgelegd op de CCD bevindt zich in het beeld. In die zin lijkt een raw formaat op een analoog negatief (hence the name: digital negative). DNG is een extensie op het aloude TIFF formaat en biedt naast de raw opslag een andere interessante eigenschap: de mogelijkheid van non-destructieve nabewerking (parametric image editing). Nabewerkingen zijn in een DNG slechts lagen bovenop de originele, onaangetaste beeldinformatie. Ook een sterke feature is dat alleen van de basisbeeldlaag een checksum wordt gemaakt. Het mooie hiervan is dat de de duurzaamheid van het bestand kan worden bewaakt, los van de eventuele nabewerkingen. Of DNG interessant kan zijn voor erfgoedinstellingen (en dan met name de fotobeherende instellingen) is een onderzoek waard.
  • Betreft de image capture gaf Hans van Dormolen (beeldwetenschapper KB) een presentatie van de nieuwe Metamorfoze richtlijnen (meest opvallende vernieuwing: het werken met verschillende kwaliteitsniveau’s), het eerder op deze plaats behandelde UTT test target en bijbehorende controle software. De mogelijkheden van automatische controle – op basis van test targets – van een digitaliseringsworkflow werd aannemelijk gemaakt door Paul W. Jones van het Amerikaans bedrijf Certifi Media. Interessant in dit verhaal was ook dat automatische kwaliteitscontrole werd verbonden aan automatische beeldnabewerking.
  • Spectaculair beeldmateriaal betrof de lezing van Scott Geffert, een imaging consultant werkzaam in onder andere het Van Gogh Museum en het Rijskmuseum. De digitalisering van de schilderijencollectie van het Van Gogh is zeer grondig aangepakt. Van elk schilderij zijn meerdere digitale opnames gemaakt, met meerdere belichtingen, die, behalve nog een kunstzinnig ‘beauty shot‘ allemaal voldoen aan de Metamorfoze standaarden (Hans van Dormolen is dan ook nauw betrolken geweest bij dit project). Geffert liet een prachtige interface zien waarmee door de ‘belichtingslagen’ kon worden ‘gewandeld’ en toonde en passant een Ipad app waarmee de geheime wens van iedere liefhebber wordt waargemaakt: het van heel dichtbij, ja intiem, beroeren van de penseelstreek van Van Gogh.

Nu de conferentie over is rest ons een forse bundel met lezenswaardige proceedings. Deze zomer zal in het teken staan van studie, stilte en contemplatie.

Tags ,

Stapsgewijs naar Duurzame toegang

28-05-2010 | Annelies van Nispen

Vorige week presenteerde Enno Meijers het onderzoek ‘Stapsgewijs naar Duurzame Toegang‘, dat hij in opdracht van de Zeeuwse Bibliotheek heeft uitgevoerd. Hij werd er tevens Master of Business Informatics mee, gefeliciteerd Enno!

Ikzelf en Inge Angevaare van de NCDD (lees hier haar blog over de bijeenkomst die ik helaas moest missen) hebben al een tijdje meegelezen met het onderzoek. Nu was dan eindelijk het moment van presenteren en feliciteren!

Stap voor Stap
Het onderzoek was een speurtocht naar hoe een kleine en middelgrote instelling duurzame toegankelijkheid vorm kan geven. De Zeeuwse Bibliotheek is een prachtig voorbeeld van een middelgrote instelling met een grote diversiteit aan collecties (kranten, foto’s, archiefmateriaal, audiovisueel materiaal etc.), die innoveert en ook haar collecties op de lange termijn toegankelijk wil houden. Een ideale testcase dus!
Enno schrijft dat er al een breed scala aan normen, richtlijnen, beleidskaders, toetsinginstrumenten en best practices beschikbaar is, maar dat deze te weinig aanknopingspunten voor kleinere en middelgrote instellingen biedt om praktisch aan de slag te gaan met het verbeteren van de duurzame toegang. En het doel was deze kloof te overbruggen.

En DE BASIS duurzaamheid dan?
Helaas schaart Enno hier ook DE BASIS voor duurzaamheid onder. Nu ben ikzelf betrokken geweest bij de ontwikkeling daarvan en bij de totstandkoming is er voor gekozen om te focussen op de organisatorische processen (mandaat en wijs een persoon binnen je organisatie aan, maak er een structurele post van op de begroting, en meer van die dingen), omdat de inschatting was dat de meeste organisaties daar zouden kunnen starten. De technische praktische uitwerking beperkt zich inderdaad tot het aanbevelen van OAIS en TRAC.
Ik sta nog steeds voor DE BASIS voor duurzaamheid, want het inrichten van de organisatie is een sleutel tot duurzame toegankelijkheid. Maar ik hoor ook graag hoe anderen daar over denken, dus neem contact met me op. Feedback kan DE BASIS alleen maar beter en praktischer maken.
In de aanbevelingen van het onderzoek is de mogelijkheid om DE BASIS voor duurzaamheid en het stappenmodel te combineren ook opgenomen. Vervolgafspraken zijn gemaakt.

Charles Dollar, Maturity Models en Strategisch stappenmodel
Het onderzoek probeerde een strategisch stappenmodel te ontwikkelen dat kleinere erfgoedinstellingen in staat moet stellen om stapsgewijs de risico’s op verlies van digitale informatie te verminderen. Enno heeft daarbij samengewerkt met digitale duurzaamheid pionier Charles M. Dollar.
Charles Dollar werkt al sinds de jaren 80 aan duurzame toegankelijkheid toen het nog in de kinderschoenen stond. Charles Dollar past het Capability Maturity Model, dat veel gebruikt wordt in bijvoorbeeld software-ontwikkeling, toe op duurzame toegankelijkheid. Ik moet zeggen dat ik erg gecharmeerd ben van dat model. Het maturity model gaat uit van 5 niveau’s (van level 1 – initieel - naar level 5 – optimizing-) en analyseert daarbij op verscheidene aspecten (organisatorisch, technisch, etc.). Het goede van dit model is dat het kan werken als een spiraal naar boven. Het doet me ook denken aan een computergame. Als alle opdrachten zijn volbracht, op naar het hogere level.

De Zeeuwse Bibliotheek en het volwassenheidsmodel
Een grotere en beter leesbare versie uit de presentatie van Enno Meijer is te vinden op het blog van Inge.

Het strategisch stappenmodel
Een belangrijk uitgangspunt van het onderzoek was het reduceren van de complexiteit van het proces. Sleutel voor dit stappenmodel is het verkleinen van het probleemgebied, door afbakening van de tijdshorizon (werk met periodes van 5 jaar), de complexiteit van de data (prioriteer bijvoorbeeld van eenvoudig naar complex), de functionaliteit en de betrouwbaarheid van voorzieningen. Het zijn toch een flink aantal stappen geworden, maar deze stappen zijn wel erg praktijkgericht. Het instrument is nog niet uitontwikkeld. De komende tijd gaat Enno dan ook met diverse mensen aan de slag om er een praktisch stappenplan van te maken dat kleine en middelgrote instellingen over het digitale duurzaamheidsravijn kan begeleiden!

Follow-up
In het najaar gaat Enno met de NCDD en DEN een follow-up geven aan dit onderzoek. Houd onze websites in de gaten en neem vooral ook contact op met Enno Meijers ((h.j.meijers@gmail.com). En lees dit waardevolle onderzoek, dat ons weer dichter brengt naar duurzame toegang tot cultureel erfgoed!

Tags ,

Fight for your right …

25-02-2010 | Annelies van Nispen

… to (web)archive!

“The UK’s online heritage could be lost forever if the government does not grant a “right to archive”, a group of leading libraries has said”.

Britse bibliotheken zijn actie aan het voeren om de wetgeving voor webarchivering aan te passen. Dit om te voorkomen dat “de digitale middeleeuwen” werkelijkheid worden. Bibliotheken en alle instituten die willen webarchiveren, worden belemmerd door auteurswetgeving, die niet is toegerust voor de moderne internettijd.

Volgens de huidige wet is het noodzakelijk om individueel toestemming te vragen om een website te mogen archiveren. Dit is weer net zo arbeidsintensief en tijdrovende bezigheid als bij de verweesde werken (al zijn de rechthebbenden daar nauwelijks op te sporen). Dit betekent dat ongeveer 1% van de Britse websites gearchiveerd kan worden, dat zijn er zo’n 6.000.

De groep bibliotheken wil opheldering over toepassing en voorwaarden van the Legal Deposit Libraries Act. Deze wet is 2003 al aangepast om het wettelijk depot voor publicaties ook te laten gelden voor digital (online) materiaal. Maar er is onduidelijkheid over hoe de wetgeving in de praktijk kan worden toegepast en of webarchivering toelaatbaar is. De bibliotheken willen nu duidelijkheid.

Ook de Koninklijke Bibliotheek in Nederland wordt geconfronteerd met auteurrechtelijke beperkingen voor webarchivering. DEN is ook benieuwd naar andere ervaringen van Nederlandse erfgoedinstellingen.

Tags , ,

A race against time …

04-11-2009 | Annelies van Nispen

… maar de tand des tijds tast iedereen en alles aan.

Gelukkig zijn er instituten die zeer zorgvuldig de schade zo beperkt mogelijk houden, een daarvan is het Conservation Center for Art and Historic Artifacts (CCAHA).

Onder de titel A race against time: Preserving our Audiovisual Media lanceerden zij vorige week op UNESCO werelddag voor Audiovisueel erfgoed (27 oktober 2009) een reeks videolezingen. Deze videolezingen zijn gebaseerd op CCAHA’s nationale professionele ontwikkelingsprogramma.

De onderwerpen van de korte videolezingen zijn: Audiovisual Preservation Basics, Film Preservation (2 delen), Audio Preservation, Video Preservation en Contracting for Reformatting.

De videolezing: Audiovisual Preservation Basics
Please enable Javascript and Flash to view this Viddler video.

Met medewerking van vooraanstaande deskundigen uit de Verenigde Staten, zoals George Blood (hoofd ‘Safe Sound Archives’, Philadelphia PA), Alan Lewis (consulent audiovisuele archieven Washington DC) en Sarah Stauderman (preservation manager Smithsonian Institution Archives, Washington DC).

Met dank aan PACKED

Tags ,

Abandonware en erfgoed

15-09-2009 | Jeroen van der Vliet

“Abandonware” is de verzamelnaam voor verouderde software – vaak gaat het om oude, haast antieke computergames – waarvan de rechtmatige eigenaren hebben besloten deze gratis ter beschikking te stellen. Een sympathiek gebaar. Vooral voor diegenen die met heimwee terugdenken aan oude MS DOS-spelletjes van vroeger, maar deze nergens meer kunnen vinden.

Het gebruik van abandonware is natuurlijk geheel op eigen risico. De eigenaren bieden vanzelfsprekend geen ondersteuning meer aan en ook de originele handleidingen ontbreken doorgaans. Daarnaast is de software vaak geschreven voor oude computersystemen die in ongebruik zijn geraakt. Abandonware werkt doorgaans alleen nog via emulatoren op hedendaagse computers.

Het is ten onrechte te denken dat abandonware dus altijd vrij van copyright zou zijn of zich in het publiek domein bevinden. Een bedrijf kan besluiten een oude gametitel gratis op het internet beschikbaar te stellen, maar houdt daar nog steeds wel het copyright over. Er zijn allerlei redenen waarom besloten wordt verouderde software gratis aan te bieden en onverkoopbaarheid is daarvan wel de grootste. Wie overigens benieuwd is naar alle nuances van abandonware, vindt een uitgebreide beschrijving op Wikipedia.

In de afgelopen tien jaar hebben verschillende websites zich toegelegd op het bijeenbrengen van links naar abandonware, zoals Abandonia of het DOS Museum. Gebruikers doen er wel goed aan eerst de disclaimer nauwkeurig te lezen. Niet iedereen die een lijstje hyperlinks naar de downloadpagina’s van oude computergames op het Web zet, heeft ook studie gemaakt naar hoe het met de copyrights op die programma’s is gesteld. Zo bewaart ook het Internet Archive oude software, maar noemt deze bewust “vintage software” en biedt deze ook niet als downloads aan, juist om mogelijk inbreuk op copyright te voorkomen.

Abandonware is ook digitaal erfgoed. Het is daarom interessant te zien hoe erfgoedinstellingen omgaan met deze verloren en vergeten artefacten uit ons grijze computerverleden. Naast het archiveringsproject van het Internet Archive zijn er meer, vooral Amerikaanse initiatieven. Aan de Universiteit van Champaign-Illinois draait al enkele jaren het project Preserving Digital Worlds, dat zich richt op het duurzaam behouden van online gamewerelden. Het National Center for the History of Electronic Games in Rochester, New York verzamelt alles wat met computergames te maken heeft. In Nederland kennen we geen soortgelijke projecten.

Naast het behouden van oude computersoftware als erfgoedbronnen voor het nageslacht, zouden erfgoedinstellingen ook op een andere manier over abandonware na kunnen denken. Denk maar eens aan al die interactieve programmaatjes die in het verleden zijn gemaakt ter ondersteuning of verlevendiging van museumtentoonstellingen; honderden spelletjes, fotopresentaties, quizzen, virtuele rondleidingen. Velen staan vast nog wel ergens op een harde schijf. Gun ze een tweede leven. Als abandonware zouden deze vaak zeer origineel bedachte en in omvang vaak compacte juweeltjes voor menig uur lering en vermaak nog dienst kunnen doen.

Tags , , ,

Tenminste houdbaar tot geldt ook voor e-books?

02-09-2009 | Jeroen van der Vliet

Hoe houdbaar is het e-book als medium? Hierover plaatste Bert Berenschot op de Nederlandse discussielijst voor bibliothecarissen en informatiespecialisten NEDBIB-L een interessant bericht. Hij concludeert, naar aanleiding van een recente e-mailwisseling met Bol.com “het digitale boek zoals nu bij Bol.com aangeboden is een vluchtig medium”.

De online boekenwinkel verbindt aan de verkoop van e-books de restrictie dat een aangeschaft e-book maximaal zes keer mag worden gedownload. Berenschot hierover:

“In de loop der jaren zal ik dus ooit het boek kwijt raken door zowel aanschaf van nieuwe readers (kunnen kapot gaan of gestolen worden) of nieuwe pc’s. Plus daarbij dat mijn vriendin het boek natuurlijk op haar eigen reader moet kunnen lezen (net zoals zij een door mij aangeschaft papieren boek ook moet kunnen lezen): telt ook weer mee bij die zes keer. Het e-book moet ik dus beschouwen als iets dat niet definitief in mijn bezit is?”

Wel gekocht, maar niet de baas over de aankoop. Het is duidelijk dat boekverkopers en uitgevers wat betreft e-books nog zoekende zijn naar een geschikt businessmodel, maar daarmee zitten ze de welwillende klant in de weg. Ze lijken vooral de lijn van de muziekindustrie te volgen. Die brengen allerlei beperkingen in het digitale gebruik van legaal gedownloade muziek aan. Dat maakt het voor de klant wel verwarrend, die is in de veronderstelling dat wat hij koopt ook altijd zijn bezit blijft.

Het principe “wat je koopt is van jou” is universeel aanvaard in de fysieke wereld, maar lijkt veel minder vanzelfsprekend in de virtuele. Hoewel u geld uitgeeft aan een legitieme versie van Windows, koopt u daarmee slechts het gebruiksrecht niet de software zelf. Ook de iTunes Music Store van Apple en andere legale muziekdownloadsites werken volgens het principe dat alleen het recht tot gebruik wordt gekocht; het gedownloade bestand is niet het eigendom van de koper. Dezelfde kwestie speelt ook voor virtuele goederen die je kunt kopen in online werelden als Second Life of World of Warcraft, zoals een magisch zwaard voor je Elf-strijder of kleren voor je avatar.

Vaak zijn er aanvullende gebruiksbeperkingen die worden samengevat als DRM: Digital Rights Management. Juist dat DRM levert soms vreemde situaties op. Sony installeerde vier jaar geleden terug ongemerkt software op pc’s (een zogenaamde rootkit) om het illegaal kopiëren van haar CD’s te voorkomen. Amazon-klanten keken in juli vreemd van hun e-readers op toen bleek dat de door hen aangeschafte e-books van George Orwells 1984 en Animal Farm (waarom ook uitgerekend die twee titels!) van hun Kindle waren verwijderd. Amazon bleek de rechten niet te hebben om de digitale edities uit te mogen brengen. Dus haalde Amazon de gedownloade boeken weer van de e-readers af en gaf het aankoopbedrag aan de klanten terug.

In de fysieke wereld zou dit voorval ondenkbaar zijn. U koopt een boek bij de boekhandel en vervolgens blijkt dat ze u dat niet hadden mogen verkopen. Dus halen ze het boek bij u thuis weer uit de boekenkast en leggen het aankoopsbedrag op de tafel. Mensen zouden furieus zijn als dat zou gebeuren. Toch mag Amazon dit met virtuele boeken wel doen aangezien het zo in het DRM is geregeld. Geen wonder dat met de groeiende populariteit van e-books zowel consumentenorganisaties als juristen zich op het DRM-probleem van digitale boeken storten.

Tags , ,

Exit Livre, wie volgt?

17-06-2009 | Jeroen van der Vliet

Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Dat gaat – helaas – en maar wat vaak ook, op voor websites. Onlangs meldde Livre er mee op te houden. De website over digitale duurzaamheid, open source en open standaarden begon in 2005, maar na zo’n 2000 bijdragen, houdt de redactie het voor gezien. De website blijft, zo belooft de redactie, nog wel even online.

Dat zelfde geldt voor het Digital Web Magazine. Het e-zine voor webmakers is nog wel online, maar eind 2008 kondigde eindredacteur Nick Finck aan in het – o ironie – 500ste artikel dat de website permanent in ruste ging. Digital Web Magazine bestond sinds 1999 maar is vanaf nu alleen nog in “bevroren” toestand te vinden op het web.

Het zijn maar twee voorbeelden van de vele duizenden, misschien wel miljoenen websites die, soms na een hoge vlucht, een harde landing maken of langzaampjes indutten. Veel individuele initiatieven struikelen doordat de eigenaar op het bijhouden ervan uit gekeken raakt, geen tijd meer heeft door een andere baan of gezinsuitbreiding of omdat de kosten voor hosting en verder beheer niet meer op zijn te brengen.

Nick Finck van het ter ziele gegane Digital Web Magazine werpt nog een argument op:

The landscape of web writing has changed. The value of well-edited and reviewed content is giving way to faster, less-refined posts on blogs, comments and services like Twitter. It is clear from the dwindling number of article pitches that many prefer to draw traffic to their own sites. The previous value of writing for a community publication like Digital Web has declined… and there is nothing wrong with that. Writing a piece that meets our guidelines is time-consuming for busy web professionals who already produce great content on their own blogs.

De revolutionaire kracht dat door het Internet iedereen een uitgever kan zijn, vormt blijkbaar niet alleen een bedreiging voor de oude, gevestigde media-orde, ook professionele websites lijden er inmiddels onder. Maar is het ook zo dat het web steeds meer gaat bestaan uit fast food informatie in plaats van kwaliteitsbijdragen? En is dat op zich een reden voor een website om te stoppen? Dat professionals geen tijd meer hebben voor reflectie in de vorm van grotere, peer-reviewed artikelen of dat zij graag credits willen zien voor hun, doorgaans kosteloos beschikbaar gestelde, pennevruchten, lijkt mij immers iets van alle tijden en niet voorbehouden aan het Internet als medium.

Voor gesneuvelde websites waar een professionele organisatie achter steekt is reden nummer één toch vaak geld of juist het gebrek eraan. Bij projecten raakt het subsidiegeld toch een keer op of er moet worden bezuinigd op de uitgaven en dan gaat de stekker, letterlijk en figuurlijk, uit de website waar ooit zoveel tijd en geld in is gestoken. Jammer, maar helaas.

Het project Webarchivering van de Koninklijke Bibliotheek probeert dit soort ontwikkelingen nog enigszins te ondervangen door een kopie te maken van actieve websites in hun volle glorie en deze op te slaan in een e-depot voor later gebruik. Ook het Internet Archive probeert met de Wayback Machine zoveel mogelijk websites te archiveren en zo te voorkomen dat volgende generaties alleen een indruk kunnen krijgen van het “vroege web” door plaatjes te bekijken in een boek. Want dat papier blijkt in zulke gevallen op eens heel wat duurzamer dan enkel bits en bytes.

Maar laten we nog even terug gaan naar de redenen waarom websites hun digitale deuren sluiten. Zo ver ik weet is daar onder erfgoedinstellingen (nog) geen onderzoek naar gedaan. Toch zou het wel interessant zijn om na te gaan waarom websites nu echt verdwijnen en dit te onderbouwen met statistisch materiaal. Vooral waar het gaat om publieke investeringen – voor een indruk hoeveel energie in de erfgoeddigitalisering tot nu toe gestoken is zie het recente DEN-rapport Digitale Feiten – zouden de mogelijke bedreigingen voor het voortbestaan van een projectwebsite dan al bij de planvorming meegewogen kunnen worden.

Tags

Wat is er nog leesbaar van de digital-born (kunst)uitingen in het jaar 2020?

11-06-2009 | Annelies van Nispen

Er komt steeds meer digital-born kunst en cultuur. Maar wie gaat dat allemaal bewaren en hoe? Op 18 mei 2009 organiseerde Virtueel Platform de expertmeeting Archive2020. De experts uit binnen- en buitenland spraken in de oude persprintzalen van het Dagblad Trouw over archivering van digital-born kunst en cultuur. Niet alleen afgevaardigden van de avant-garde kunst, maar ook de traditionele erfgoedinstellingen kwamen aan het woord.

Wat is het probleem?

Er zijn wereldwijd op dit moment nog maar weinig musea en instituten die digital-born kunst collectioneren. Je kunt bij digital-born kunst denken aan bijvoorbeeld Web-Based Art. Het. Whitney Museum/Whitney Artport en Netspannung.org bewaren deze kunst. In Nederland collectioneert het Nederlands Instituut voor Mediakunst (NIMK) op kleine schaal Web-Based Art.

De bewaring van de digital-born kunst gebeurt nu vaak nog op initiatief van vrijwilligers of door de kunstenaars zelf. De twee voorbeelden die werden geroemd waren Runme.org, een soort software en kunst-archief en UBU.com dat geldt als het grote voorbeeld van een archief voor avant-garde kunst. Opmerkelijk vond ik dat UBU.com niet wil weten van user-generated content, met als argumentatie dat zij kwaliteit hoog te houden hebben.

Eén van de besproken mogelijke oplossingen was om kleine decentrale archieven in te richten, mogelijk gerund door vrijwilligers. Maar dan werpt zich meteen de vraag op of het wenselijk is om bewaring en curatie af te laten hangen van vrijwilligers.

Er gaapt helaas een grote kloof tussen de digitale kunstwereld en de praktijk van de traditionele erfgoedinstellingen. Met deze vormen van kunst is snelheid geboden! Er is al veel Web-based art uit de beginperiode van het internet onvindbaar of zelf onmogelijk te raadplegen geworden! De snelle technologische veranderingen veroorzaken verdwijning en vernietiging van deze digitale kunst.

Linkrot bijvoorbeeld

Een voorbeeld van een bedreigend technisch probleem bij de bewaring van digital-born collecties is… Linkrot. Dit is ook een bekend probleem uit de webarchivering en als individuele surfer/professional of webbouwer word je er soms moedeloos van.
Maar voor digitale kunst roept linkrot naast technische vragen ook ethische vragen: Is een kunstwerk nog hetzelfde kunstwerk als alle links dood zijn?

Meer weten

Virtueel Platform gaat de komende tijd meer aandacht aan het probleem besteden en dit onder de aandacht te brengen, dus ga naar hun website http://www.virtueelplatform.nl/ filter “Archive 2020″.

De highlights van de wrap-up

De meest prikkelende statements uit de wrap-up aan het eind van een dag discussiëren (maar zeker niet de meest representatieve):

“Failure is knowledge”

“Should there be something like a global archive?”

“Participatory culture can become an ideology”

“Issue of overdocumenting, till the point of the Software coffin”

“Artists should leave a digital testament (with passwords)”

“The internet is a mess, how do we get over it?”

“Wasn’t avantgarde art about destroying to create space for creation?”

“There is a fatigue of tagging; the user is not sustainable!”

“We need slower development for the feeling of continuity”

“The data bible, let’s go back to the book!”

“Do not build another tower of Babel”

“Do we heed for bad work, excellent packaged?”

“The operating system is the new museum”

Paradigm Cultural Analytics

Op zondag voorafgaand aan de expertmeeting gaf Lev Manovics een openbare lezing over zijn denkbeelden over de stortvloed aan digitale cultuur en hoe daarmee om te gaan. Hij noemt zijn methode Paradigma Cultural Analytics. Visualisatietechnieken spelen een grote rol in het zichtbaar maken van digitale cultuur. Wie meer wil weten kan het interview van Virtueel platform met Lev lezen: http://www.virtueelplatform.nl/#2595

Tags