Publiek Domein?!? Een Charter en een Manifesto

29-04-2010 | Annelies van Nispen

Europeana heeft eindelijk haar Public Domain Charter gepubliceerd (alweer twee weken geleden). Het heeft geruime tijd op zich laten wachten omdat het document veel discussie opriep, met name bij de musea. Maar nu is het er dan toch. Persoonlijk ben ik erg blij dat er in Europa hard gewerkt wordt aan het concept “public domain/publiek domein”, door Europeana’s Charter, maar ook door het Europese Thematic Network Communia dat een Public Domain Manifesto heeft geschreven. Het Charter is voor een groot deel op dit Manifesto gebaseerd.

Wat is public domain/publiek domein?
Het concept Public domain wordt door Communia en Europeana toegepast op, (digitaal) Cultureel Erfgoed dat:

  • niet meer onder auteurswetgeving valt, omdat de termijn (70 jaar na overlijden rechthebbende) is verstreken
  • vanwege zijn aard, bijv. overheidsinformatie, valt onder Public Domain/Publiek domein en openbaar toegankelijk is/moet zijn.

Waar gaat de discussie over?
Er bestaat onder erfgoedinstellingen een zekere terughoudendheid en wellicht ook angst dat Public Domain/Publiek Domein betekent dat zij hun digitale collecties gratis en voor niets moeten weggeven aan wie maar wil, dat derden dit commercieel kunnen/zullen exploiteren en dat instellingen hun eigen inkomsten uit verkoop van (hi-res) digitaal materiaal zullen verliezen.
Deze discussie raakt ook aan innovatie van businessmodellen van instellingen.

In het Charter van Europeana staat dan ook expliciet opgenomen dat het niet bedoeld is om instellingen commerciële exploitatie van publiek domein materiaal te bemoeilijken. Een mogelijkheid is bijv. alleen lo-res materiaal beschikbaar te stellen voor openbare toegankelijkheid en hi-res materiaal te verkopen. De discussie over eventueel verlies van inkomsten wordt bemoeilijkt door ontbrekende cijfers over hoeveel inkomsten instellingen overhouden aan de verkoop van digitaal materiaal. De mensen die ik erover spreek geven meestal aan dat het “peanuts” is.

In de VS waar het concept Public Domain veel sterker leeft is al veel aandacht besteed aan gebruikersvoorwaarden/licenties. Een voorbeeld hiervan zijn de user guidelines van NASA die een onderscheid maken tussen commercieel en niet-commercieel (her)gebruik. Bij deze wil ik instellingen oproepen een reactie achter te laten!

Waarom een Charter en een Manifesto?
Waarom maken mensen zich toch zo druk over Publiek Domein? Het Charter en het Manifest zijn beide geschreven vanuit het perspectief dat het uitermate belangrijk is voor onze maatschappij – de burgers, onderwijs en wetenschap, kortom de kenniseconomie en kennismaatschappij – dat de bronnen waarop onze maatschappij is gegrondvest zo breed mogelijk toegankelijk zijn. Ons gezamenlijk verleden en cultuur, bewaard door de “memory institutions” moet geraadpleegd kunnen worden.

Dit kan binnen de muren van de instelling, maar het internet is voor de meesten tegenwoordig de belangrijkste bron van informatie. Cultureel erfgoed moet gevonden worden. Dit kan op de eigen website van de instelling, maar dit kan ook binnen grote portals als bijv. Europeana of Wikipedia/media die voor een bredere verspreiding kunnen zorgen.

Het Charter & het Manifesto zijn bedoeld om het debat op gang te brengen. Ik hoop van harte dat het gebeurt!

Tags , , , , ,

UNICUM

08-04-2010 | Marco Streefkerk

UNICUM, je moet je project maar zo durven noemen, maar de titel refereert aan het vaak unieke karakter van de academische collecties. Vijf belangrijke beheerders van academische collecties, de universiteiten van Leiden, Amsterdam, Utrecht, Delft en Groningen, werken samen in de SAE (Stichting Academisch Erfgoed) om de universitaire collecties en cultuurschatten in stand te houden, te beschermen en uit te dragen. UNICUM is primair gericht op dat laatste doel: de gestructureerde geïntegreerde toegang tot SAE-collecties via internet. Met behulp van een subsidie van Digitaliseren met Beleid (DmB) kunnen ze dit doel de komende twee jaar realiseren.

Naam SAE als afbeeldingBeeldmerk SAE

Vandaag was de kick-off van het project bij het Universiteitsmuseum Utrecht. Een bijeenkomst van betrokkenen vanuit de deelnemende instellingen en wat externe belangstellenden moest het idee van de gezamelijke onderneming verstevigen en de organisatoren lijken daar redelijk in te zijn geslaagd. De vragen en opmerkingen uit het publiek maakten wel duidelijk dat de projectorganisatie voor een aardige uitdaging staat om met het project de Academische Collecties daadwerkelijk een innovatieve stap vooruit te brengen. Veel interesse voor de basisdigitalisering (wat komt daar bij de afzonderlijke instellingen voor in aanmerking, wie gaat het betalen), standaardisatie (welke normen gelden voor digitalisering en voor beschrijving) en de verhouding met de eigen doelen en plannen van instellingen (verhouding tot andere portalen, hergebruik van de beschikbaar gestelde content). Het is het gebruikelijke kat uit de boom kijken als samenwerking concrete vormen dreigt aan te nemen.

De organisatie had mij gevraagd om in te gaan op het grotere belang van UNICUM. DmB-projecten zijn vanwege kennisoverdracht als specifiek beoordelingscriterium altijd interessant voor de DEN-kennisbank. In dit geval gaat onze interesse nog een stap verder omdat het academische erfgoed museale, archivale én bibliotheekcollecties bevat en daarmee in het klein de problematiek van de Digitale Collectie Nederland in zich draagt. UNICUM wil deze verschillende collecties, met hun verschillende werkwijze vanuit musea en bibliotheken integreren in één platform. Daarbij zou de Encoded Archival Description (EAD) als cement moeten dienen. Deze standaard wordt in Nederland veel bij archieven gebruikt, ook wel door bibliotheken (voor de Bijzondere Collecties), maar nog nauwelijks door musea.

Voor archieven en bibliotheken is het beschrijven van de individuele objecten vanwege de omvang van de collecties een opdracht die vele manjaren duurt. Vindbaar maken en presenteren op collectieniveau is dan een haalbaar alternatief. Op basis van gebruikersbehoefte kan vervolgens gewerkt worden aan digitalisering en beschrijven op lagere niveau’s. De beeldbanken bij archieven voor fotografisch materiaal zijn daarvan voorbeelden.

Helaas leidt het verschil in aanpak tot een versnipperd beeld voor gebruikers: zoeken in beelddatabanken geeft mooie plaatjes, maar wat is daarvan de context? Raadplegen van inventarissen leidt tot behoefte aan gedetailleerde informatie en beeld van individuele objecten van een archief. Hoger in de keten wordt dit probleem nog nijpender in portals, zoals de praktijk van Europeana bewijst. De oorsponkelijk opzet van Europeana is object-georiënteerd. Dat werkt wellicht voor Rembrandt’s en Da Vinci’s waarbij het object bezoekers direct aanspreekt. Voor archieven is behoud van structuur waarbinnen de objecten zijn gearchiveerd onmisbaar. Deelname aan Europeana stuit bij hen dan ook op bezwaren.  Maar ook voor museale objecten is het juist de samenhang tussen de afzonderlijke objecten, nu en in het verleden, bij verzameling en in het gebruik, die een verhaal vertellen en daarmee erfgoed haar betekenis geven.

UNICUM gaat de waarde van EAD als standaard voor uitwisseling van collecties en voor structurering van gerelateerde objecten nader onderzoeken. Het is daarom dat wij als DEN het project de komende tijd nauw gaan volgen. We hopen de bevindingen daarvan snel met jullie te delen. Daarnaast ben ik op zoek naar andere voorbeelden van gebruik van EAD naast het beschrijven van hiërarchische herkomstcollecties. De musea die aangesloten zijn op de landelijke mailinglist over EAD zijn de eerste suspects.

Tags , , ,

Van Rijn naar Donau

29-01-2010 | Marco Streefkerk

Afgelopen week was ik bij een bijeenkomst van Europeana in Berlijn. Onderwerp van gesprek: het Europeana Data Model (EDM).  Op tafel lag versie 4 waarvan hieronder een uitwerking is te zien.

Europeana Data Model

Europeana Data Model

In twee dagen van presentaties, demonstraties en discussies moesten we komen tot versie 5 die als basis voor de belangrijkste toegang voor Europees Erfgoed voor de komende jaren moet dienen. De doelstelling vanuit de EU daarbij is geen kleintje: de zoekdienst moet beter zijn dan datgene wat de Europese burger nu in de meeste gevallen zal gebruiken: een internet zoekmachine zoals Google.

De introductie van het EDM markeert de overgang tussen versie 1 (verwacht dit najaar) en versie 2 van Europeana die medio 2011 is gepland. De projectorganisatie vernoemt de versies naar Europese rivieren: van de Rijn naar de Donau. Nu is dit geografisch geen hele grote afstand en ligt er een kanaal als directe verbinding, binnen Europeana is toch wel sprake van een enorme stap.

Tot op heden was de aanpak gericht op de grootste gemeenschappelijke deler tussen de beschrijvingen van al die diverse collecties uit al die landen. De Rijn-versie werkt met de Europeana Semantic Elements: in de kern Dublin Core met wat aanvullende velden.

Voor de Donau is gezocht naar een gemeenschappelijk model van een dusdanig hoog abstractieniveau dat het voor alle onderdelen van het erfgoed bruikbaar is. Het model is geïnspireerd door bestaande datamodellen (zoals CIDOC-CRM) en opgezet als een ontologie. Daarnaast moet EDM aansluiten bij het Semantische Web en Linked Data. Vanuit mijn verleden in de wetenschappelijke bibliotheek ben ik persoonlijk zeer nieuwsgierig naar het gebruik van (onderdelen van) OAI-ORE.

Ik vind de aandacht voor datamodellering goed. Ook voor DE BASIS hebben we gedacht aan een ontologie om het erfgoed als gemeenschappelijke onderwerp te beschrijven.  Probleem daarbij is: als je overeenstemming bereikt op een dergelijk hoog abstractieniveau als een ontologie (wat al lastig genoeg is), moet het nog werkend gemaakt worden in de praktijk. Vanuit de ervaringen met bijvoorbeeld CIDOC-CRM is enige scepsis logisch. Maar met een positieve insteek kan je ook zeggen dat met de opkomst van het semantisch web ontologieën een come-back maken.

Feit is wel dat Europeana een zeer ambitieuze planning hanteert. Er is weinig ruimte voor het opdoen van ervaringen met het huidige model (op basis van ESE).  Ervaring die zeer nuttig kan zijn bij het in de praktijk brengen van het nieuwe model (EDM) op het diverse erfgoed. Tijdens de bijeenkomst deze week werden wel al voorbeelden getoond, naast de onvermijdelijke Mona Lisa, van hoe beschrijvingen van boeken, kranten en video als eigenschappen, waarden en relaties in het theoretische model passen.  Vervolg bijeenkomsten voor de afzonderlijke domeinen moeten de (on)mogelijkheden verder in kaart brengen. Hoe zit het bijvoorbeeld met archieven (EAD), AV-collecties (Frbr) en archeologie en monumenten (GIS)?

Een ander vraagstuk waar in Berlijn nog nauwelijks aandacht aan kon worden besteed is in hoeverre het model in staat is om de gevraagde functionele specificaties te leveren. Daar zijn immers al lijvige documenten aan gewijd. Bij het realiseren daarvan moet de Donau-versie daadwerkelijk een grote verbetering voor de gebruikers leveren. Als Europeana daarbij teleurstelt is er het risico dat de politiek in Brussel haar enthousiasme voor de Europese erfgoedsite verliest en de geldkraan dichtdraait.

Heikel punt daarin blijft de meertaligheid. Domme zoekmachines zoals Google lijken steeds beter in staat om over taalgrenzen heen te werken, ook natuurlijk omdat ze het Engels als de facto standaard hanteren. Uniforme betekenis en intelligentie bieden voor de zes kerntalen van de EU, zoals van Europeana wordt verwacht, plus het respecteren van de (historische) taalcultuur van de verschillende erfgoedcollecties vormt een uitdaging waarvoor een oplossing nog niet in zicht is. Vanuit de aanwezigen in Berlijn kwam het verzoek om proefdata vrij beschikbaar te maken zodat onderzoekers wereldwijd zich op dit vraagstuk kunnen storten.

Na twee dagen Berlijn is mijn eigen conclusie dat Europeana voor een enorme uitdaging staat. Het project vormt een katalysator voor iedereen die overtuigd is van het belang van samenwerking en openheid bij het realiseren van een belangrijke maatschappelijke rol voor erfgoed in de digitale wereld. Een kritische maar tegelijk actieve en constructieve houding van dataproviders, de collectiebeheerders, ook in Nederland is essentieel voor het succes van Europeana. DEN zal daarbij waar mogelijk ondersteunen en aanjagen.

Tags ,

Numerisation massive

07-01-2010 | Robert Gillesse

In Le Monde is het recordbedrag genoemd van het Franse, door Sarkozy aangekondigde, digitaliseringsplan dat Google’s opmars moet stuiten: 750 miljoen euro. Het gaat daarbij niet alleen om digitalisering van boeken, maar ook om de numérisation van audio-visuele en museum objecten. Een aantal grote instituten zijn uitgenodigd deel te nemen: Bibliothèque nationale de France (BNF) voor de boeken, het Centre national du cinéma et de l’image animée (CNC) voor films, het Institut national de l’audiovisuel (INA) voor de de radio en televisie en tenslotte een aantal grote musea (onder andere het Louvre, Orsay en Centre Pompidou).

De aankondiging, in augustus 2009, van de BNF dat het met de reguliere overheidsbudgetten nooit zou lukken de boekencollecties compleet te digitaliseren en daarom ging onderhandelen met Google, lijkt haar vruchten te hebben afgeworpen. Sarkozy heeft, volgens Le Monde, de BNF verboden nog verder te onderhandelen met Google. De BNF hoopt 140 millioen uit het totale fonds los te peuteren.

Opvallend is verder in dit artikel is dat Nederland wordt genoemd (“les Pays-Bas de 90 millions juste pour l’audiovisuel”, of wel Beelden voor de Toekomst, dat in werkelijkheid 154 miljoen heeft ontvangen) en dat Bruno Racine, directeur van de BNF, verwacht dat door dit megaproject de kloof in Europeana tussen Franse digitale bronnen en de rest van het benedenmaats presterende Europese erfgoedveld enkel groter zal worden (nu al zou 50% van alle boeken in Europeana uit Gallica komen, de digitale boekenverzameling van de BNF).

Tenslotte een hartverwarmend pleidooi van Nick Poole, werkzaam bij het Britse Collections Trust, om dit enorme bedrag wijs te besteden. Zijn vijf aanbevelingen (“pleas-from-the-heart”) wil ik u niet onthouden:

  1. Don’t pay for content without paying for the infrastructure to make use of and preserve it
  2. Work with media providers (including, yes, Google) with existing market share
  3. Allow people to use public funds to pay for rights clearance and licenses
  4. Require people to clear content for maximal use including aggregation and open sharing/use
  5. Let people spend the money to care for their Digital collections the way they do their physical ones
Tags , ,

Europeana en The Culture of With

24-09-2009 | Annelies van Nispen

Vorige week was het motto van de Europeana Plenary Meeting in Den Haag: “Creation, Collaboration & Copyright“.

Onze buren van Europeana werken hard aan de totstandkoming van een Europese portal waarin het Europees cultureel erfgoed beter zichtbaar en vindbaar zal worden. Maar er is nog veel werk aan de winkel! Europeana werkt met een klein hoofdkantoor (20 mensen) en heel veel Europese erfgoedinstellingen. Dat maakt het organisatorisch ingewikkeld, het is daardoor ook onmogelijk om met elke instelling persoonlijke contacten te onderhouden. Er wordt dan ook hard gewerkt aan een goede technische infrastructuur om dat te ondervangen.

Als inspirerende keynotespeaker was Charles Leadbeater uitgenodigd. Hij sprak over zijn denkbeelden die hij heeft vastgelegd in het boek We Think en The Art/Culture of With. De – even kort door de bocht – boodschap is: denk niet voor of over anderen maar met anderen.

Charles Leadbeater in Den Haag

Charles Leadbeater in Den Haag

The Culture of With gaat o.a. uit van het basisprincipe “Both” in plaats van “Either/Or” (kortom “en/en” in plaats van “en/of”). Wat vertaalt naar cultureel erfgoed zou kunnen betekenen dat het prachtige erfgoed op zoveel mogelijk plaatsen toegankelijk en vindbaar zou moeten zijn, bijvoorbeeld op de eigen website, op thematische of geografische portals, Web 2.0-platforms als Flickr en Wikipedia en natuurlijk de Europese geografische portal Europeana. Probeer niet te denken voor de doelgroep, maar betrek ze er zoveel mogelijk bij. De grote vraag voor veel instellingen (en publiek) is, hoe het Web2.0-potentieel zo te verwezenlijken, dat het voor both (publiek en erfgoedinstelling) beter wordt.

De totstandkoming van een Europese portal blijft een uitermate complex proces en een van de zaken die daarbij een belangrijke rol speelt is het auteursrecht. Mede door Europeana staat auteursrecht nu hoog op de agenda van de Europese Commissie, zie hiervoor ook het artikel over Google en Europees auteursrecht. Europeana is bezig met veel onderzoek op het gebied van auteursrechten, o.a. in het ARROW-project en werkt aan een Public Domain Manifest. Dat laatste laat helaas nog even op zich wachten.

Tot slot, kijk even mee hoe Europeana kan worden …

YouTube Preview Image

Tags , , , ,

Digitale wereldbibliotheek online

11-05-2009 | Jeroen van der Vliet

Vorige maand werd de World Digital Library gelanceerd door de Amerikaanse Library of Congress. Aan de website is vier jaar gewerkt en kwam tot stand met steun van UNESCOIFLA en van private investeerders als Google en Microsoft. Op de website zijn topstukken van werelderfgoed te vinden, afkomstig van alle werelddelen en in tijd verspreid van 8000 jaar voor onze jaartelling tot en met het heden.

wdl

De homepage van de World Digital Library

De website opent met een wereldkaart waarop per werelddeel te zien is hoeveel topstukken er van te zien zijn. Daaronder is een schuifbalk weergegeven waarmee een selectie in tijd kan worden gemaakt. Zo blijkt al snel dat het grootste deel van het materiaal vooral dateert uit de periode 1500 tot 1950 en dat Europa met 380 items de kroon spant.

Bij een website met zo’n ambitieuze naam en doelstelling – “to promote international and inter-cultural understanding and awareness, provide resources to educators, expand non-English and non-Western content on the Internet, and to contribute to scholarly research” – als de World Digital Library, doet de vraag zich automatisch voor of  zo’n claim ook wel waar wordt gemaakt. Met een bestand van in totaal 1170 items, lijkt dat vooralsnog zeker niet het geval.

Kijken we naar wat er over Nederland te vinden is, dan komen we op slechts zes “hits” uit. De resultaten zijn kaarten van de Nederlandse Republiek uit ca. 1730, van Holland uit 1790, een Leo Belgicus uit 1611, een poster over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië uit 1945 (D’r uit! Indië moet bevrijd), een plattegrond van de verdedigingswerken van de stad Brussel rond 1700 en een portret uit 1745 van Gustaaf Willem baron van Imhoff, gouverneur generaal van de West-Indische Compagnie – al met al een wat eclectisch gezelschap. Opmerkelijk is dat dit beeldmateriaal vooral afkomstig blijkt te zijn uit de Nationale Bibliotheek van Brazilië (3 x). De andere drie afbeeldingen komen uit het archief van de Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (2 x) en de Amerikaanse Library of Congres (1 x). Het Leidse KITLV blijkt met zo’n twintig afbeeldingen overigens ook de enige Nederlandse deelnemer aan de World Digital Library te zijn.

De bestanden zijn als TIFF- of PDF-bestand te bekijken in een aparte viewer of te downloaden voor verdere offline raadpleging. Aangezien de World Digital Library tot doel heeft een bijdrage te leveren aan wetenschappelijk onderzoek is dat laatste zeer plausibel. Voor de online viewer worden blijkbaar dezelfde grote bestanden gebruikt in plaats van kleinere afgeleiden. Er zit voor de bezoeker niets anders op dan minutenlang wachten tot een hoogwaardig, maar vormeloos beeldbestand van enkele megabytes groot wordt teruggeschaald naar iets dat in de viewer te zien is. Vooral voor onderzoekers met een beperkte bandbreedte toch wel een hinderlijk obstakel.

wdl-2

De afbeeldingen worden pas in de viewer op schaal gemaakt. Hier zijn drie tijdsopnamen, met steeds een minuut er tussen, van dezelfde afbeelding naast elkaar geplaatst.

Jeroen Waltherus van FARO merkt in zijn bespreking van de World Digital Library terecht op dat er in de uitgangspunten van deze website veel overeenkomsten, maar ook verschillen in de techniek, lijken te zijn met Europeana. Beiden opereren immers vooral vanuit een educatieve en maatschappelijke gedachte. Het is daarom ronduit merkwaardig dat zij daarbij geen enkel gebruik lijken te maken van elkaars materiaal. Met maar liefst vier miljoen digitale objecten kan Europeana veel meer tonen dan wat de World Digital Library over Europa te bieden heeft.

Door zo’n samenwerking op content-ontsluiting zouden de inspanningen – en vooral ook de fondsen – van beide websites volledig kunnen worden gericht op het ontsluiten van dat erfgoed in de wereld dat nog nooit eerder is gedigitaliseerd.

Tags ,