Designing for Big Data
05-08-2010 | Jeroen van der VlietVideo-registratie van Jeffrey Veen‘s lezing tijdens Web 2.0 Expo over het visualiseren van grote hoeveelheden data op het Web.
digitale maatschappij, usability, Web 2.0Video-registratie van Jeffrey Veen‘s lezing tijdens Web 2.0 Expo over het visualiseren van grote hoeveelheden data op het Web.
digitale maatschappij, usability, Web 2.0Als redacteur van de kennisbank van DEN (lees: van het ICT-register & de innovatieve-projecten-bank) spits ik graag mijn oren als erfgoedprofessionals bij elkaar komen om over innovatie te praten. Nee, wat zeg ik, als ze de mouwen opstropen om aan innovatie te werken! Want dat is innovatie toch: een werkwoord?
Eigenlijk gebeurt innovatie terloops, als je kritisch naar jezelf durft te kijken en een andere weg durft in te slaan. Maar, uitkristalliseren welke weg je moet bewandelen en hoe je de hele organisatie mee krijgt, dat is veel werk. Daarom schaadt het niet als Erfgoed Innovators regelmatig bij elkaar komen. Deze maand waren we te gast bij het EYE Filminstituut in Amsterdam.
Cruciaal is altijd en overal: de communicatie. Daarom bedachten we deze keer aan de hand van praktische voorbeelden 10 gouden regels voor de communicatie van collecties online. Puur door met elkaar in discussie te gaan kwamen we een heel eind.
10+ gouden (communicatie) regels voor collecties online
Inkoppertje: Practice what you preach
Interessant aan deze middag vond ik het feit dat een aantal van de hierboven genoemde punten ook in de kennisbank van DEN te vinden zijn. Tenminste: als je weet waar je moet zoeken. Niemand van de innovators bleek zich hiervan echter bewust te zijn. Andersom hadden we zelf nooit bedacht dat vindbaarheid en duurzaamheid ook aan communicatie kan relateren. Zo zie je maar dat je veel uit de samenwerking met je doelgroep kunt halen.
De manier waarop we de informatie in het register nu aanbieden, sluit duidelijk nog niet genoeg aan bij onze doelgroep. De eerste stappen om dat te verbeteren zijn al genomen, maar daarover zal ik een andere keer meer vertellen.
Willen we ons aanbod blijvend en significant verbeteren, dan hebben we onze doelgroep nodig. Daarom gaan we binnenkort het gebruik van het register in de diepte onderzoeken.
Zin om mee te doen? Stuur dan een mailtje met je positieve reactie, bijvoorbeeld: ‘ja, ik wil!’, naar register@den.nl. Dan zorgen wij ervoor dat er binnenkort een mooie vragenlijst jouw kant opkomt. Zo kom je prima de komkommertijd door en komen wij een stuk dichter bij het doel om het register gebruiksvriendelijk te maken. Deal?
communicatie, innovatie, marketing, usabilityHet zal wel een tik zijn van iemand die vaak werkt met digitaal erfgoed, het meer dan gemiddeld terugblikken op hoe het vroeger was. Zo blader ik vaak met groot plezier door oude computerboeken en tijdschriften. Niet zelden ontsnapt er een gniffel als ik lees over de dingen waar we ons toen zo op konden winden en nu moet ik vooral geen flauwe grapjes gaan maken over de millennium bug.
Zo’n tien jaar terug was het maken van een website nog tamelijk eenvoudig: tekstje schrijven, plaatje erbij, nog van wat vetten en cursieven voorzien en – hup – online. Nou ja, dat liep nog niet zo’n vaart met z’n piep-prrrr-piep over een 14K-inbelmodem. Vormgevers vonden het allemaal maar niets dat op het web de door hen zorgvuldig uitgekozen opmaak er niet bij iedereen hetzelfde uitzag – het arsenaal aan universele lettertypes was sowieso wat beperkt met Courier New en Times New Roman – en kwamen met een truukje: de hele website vastklinken in een grid van tabellen en alle kopjes als plaatjes opslaan.
De HTML-code van websites raakte voller en voller door de brij van tr‘s en td‘s, maar in ieder geval was er weer wat controle over de opmaak en uitstraling van de webpagina. Sommigen gingen nog een stapje verder en bouwden de gehele website op in Flash. Daarmee was, indien de gebruiker maar de juiste plug-in had of downloadde, succes zo goed als verzekerd. En natuurlijk riepen mijn voorgangers bij DEN toen al dat dit niet geheel conform de standaarden was.
Die zekerheden kwamen tegen een zeer hoge prijs: websites werden bijzonder traag van al die extra regels code, tientallen tekst-als-afbeeldingen en grote Flash-bestanden die moesten worden binnengehaald én dat moest allemaal door dat eerdergenoemde trage inbelmodempje binnen worden gehaald. Niet zelden klaagden webgebruikers dat ze minuten moesten wachten tot ze eindelijk een website op hun beeldscherm hadden. En terecht, voor al die belminuten moest ook worden betaald in het pre-ADSL-tijdperk. Velen haakten maar af nog voordat de hele website op het scherm verschenen was. Het is in onze tijd van overal supersnel internet haast niet meer voor te stellen.
Als tegenbeweging zette Stewart Butterfield in 2000 de hele webbouwerswereld aan het denken met zijn 5K Contest. Kort samengevat, bouw een website die alles tezamen niet groter is dan 5K oftewel 5 kilobyte. Vijf ki-lo-byte! En niet sprokkelen met server-scripts of stiekeme caching. Volgens menig bouwer of vormgever was dat simpelweg een onmogelijke opgaaf en juist daardoor, zoals Jeffrey Zeldman destijds in A List Apart het bondig samenvatte, … briljant
.
Zo’n 250 inzendingen dongen mee naar de hoofdprijs van maar liefst 5K dollarcent (dat is dus $ 50), waaronder The Web’s Smallest Art Gallery en variaties op allerlei spelletjes als Pong, Tetris en Space Invaders. De winnaar was Usedit.com, een webwinkel voor pixel-meubels. Het onmogelijke was dus toch mogelijk, je kon een website bouwen van minder dan 5K.
Maar wat is nu nog de relevantie van 5K? We downloaden binnen een handomdraai megabytes in plaats van kilobytes aan data. Denk maar aan streaming video of online gaming. Daarnaast werkt echte elke webbouwer tegenwoordig met aparte CSS- en JavaScript-bestanden en is zo de opmaak en scripting van elke webpagina losgemaakt van de tekst en structuur in HTML. De tijd dat je je druk hoefde te maken om een kilobyte, ach, het is een leuke anecdote…
Er is één in belang snel groeiend terrein waar elke byte weer meetelt: mobiel internet. Wie op zijn of haar telefoon – of dat nou een iPhone is doet er weinig toe – een website bekijkt, merkt dat de snelheid waarmee data binnenkomt zeer sterk kan verschillen. Niet iedereen staat altijd te internetten recht onder een telefoonmast. Op die momenten wil niemand wachten op webpagina’s vol films, veel te grote afbeeldingen en uitgebreide scripts. Dus omarm weer dat aloude motto: klein is fijn! Want voor het mobiele internet is de uitdaging van een website bouwen onder de 5K weer helemaal terug!
usabilityIk had gister de eer deel te mogen nemen bij de al weer derde bijeenkomst van het Innovators Netwerk Erfgoedsector. Het netwerk is een initiatief van Kennisland en wordt mede mogelijk gemaakt door Beelden voor de Toekomst. De bijeenkomst vindt elke keer op een andere locatie plaats, met een andere insteek en de bedoeling om vooral aan de slag te gaan zonder veel bureaucratisch of institutionele hindernissen. Zo zit een ieder er dan ook op persoonlijke titel, maar wel onder werktijd en met de bedoeling om er iets van op te steken wat later nuttig kan zijn voor de eigen organisatie, ga ik van uit.
De bijeenkomst gister vond plaats bij Beeld en Geluid en draaide om contextualisering. Meest interessant vond ik zelf dat bij de ideeën die gepresenteerd werden de nadruk gelegd werd op de context tussen de bezoeker en de collectie en niet zo zeer op de verbanden tussen verschillende collecties. Alles draait dus om de gebruiker.
Dat zit natuurlijk geheel in de lijn van observaties zoals dat Facebook Google verdrongen heeft van zijn #1 positie als meest bezochte website in de VS. Iets wat Hyves in Nederland overigens al veel eerder gelukt was, namelijk in 2007. Tegenwoordig staat Hyves weer op plaats 2, dan wel 3 (achter Google.com en Google.nl) van Nederlands meest bezochte websites. Verbazingwekkend, want niemand heeft het er nog over sinds Facebook in de aanval gegaan is. Persoonlijk geloof ik, alhoewel ik fervent Facebook gebruiker ben, in geen van beiden en hoop op een snelle verwezenlijking van de visie van dataportability.org.
Verder werd gister geopperd dat de Digitale Collectie Nederland gewoon via Google vindbaar zou moeten zijn, maar dan wel via een eigen tabje “cultuur” of een eigen URL als “Culture.google.com”. Bijkomend voordeel: je hoeft niet wéér een eigen profiel in te vullen en je voorkeuren op te geven, Google weet toch al alles van ons.
Hier werd ik erg blij van – niet van dat Google alles over ons weet, maar dat er vraag is naar ruime vindbaarheid van erfgoedcollecties op het web. Want kort geleden hadden we het hier intern nog over DE BASIS, een set van minimale eisen aan digitale collecties die waarborgen dat elk apart project toch bijdraagt aan de nationale infrastructuur – dus aan de Digitale Collectie Nederland. Wat er nog ontbreekt is een gemeenschappelijk dienst die deze data ook gebruikt.
In Engeland hebben ze daarvoor overigens Culture Grid. Collections Trust realiseerde zich dat de data van musea, archieven en bibliotheken bij elkaar gehaald en uniform aangeboden moeten worden aan mediapartners en partijen als Google. Geheel naar het motto: “samen sta je sterker” en “de gebruiker staat centraal”.
Ook Europeana gaat die richting op, maar is nog zoekende in de auteursrechten kwestie. Reden om bij de volgende bijeenkomst van #INE (de hashtag van het Erfgoed Innovators Netwerk op Twitter) aandacht aan auteursrechten en Creative Commons licenties te besteden. En ja, ik zal er weer bij zijn, want dit smaakte naar meer!
erfgoed 2.0, innovatie, usability, vindbaarheidVrijdag was de officiële opening van Intertain: een nieuw laboratorium binnen de afdeling Informatica van de Vrije Universiteit Amsterdam met faciliteiten voor onderzoek en experiment.
Het ultimieme doel van dit HomeLab is om een realistisch analoge representatie te bieden van de vernetwerkte maatschappij. Dat maakt natuurlijk nieuwsgierig. Het programma van de opening bestond uit een dag van lezingen en demonstraties, waaronder een blok met erfgoed. Eén daarvan betrof een experiment om de webinterface, ontwikkeld binnen MultiMedian E-culture, te gebruiken op een Touch Table. De inhoud is afkomstig van het Amsterdams Historisch Museum waarvan (een deel van) de collectiebeschrijvingen geschikt zijn gemaakt als Linked Open Data. Het zou overigens mooi zijn als het AHM deze semantische data ook voor andere toepassingen beschikbaar zou stellen.
http://www.vimeo.com/10996170De publieke belangstelling viel me wat tegen ondanks de gratis entree. Wellicht mede dankzij de vrije toegang bleven bijna de helft van de naamkaartjes onopgehaald aan het einde van de dag. Onder de aan- en afwezigen ook enkele collega’s uit het erfgoed en dat vind ik ook logisch. De digitale diensten (website, databases) en de fysieke diensten (tentoonstellingen, studiezalen) worden binnen instellingen vaak redelijk onafhankelijk van elkaar ontwikkeld, beheerd en aangeboden. Juist de koppeling van beide biedt nog unieke waardecreatie. Het HomeLab biedt inspiratie op het raakvlak van digitaal en fysiek. Voor degene die het gemist hebben is een hier de promo.
http://www.vimeo.com/10995816Het filmpje maakt voor mij nog niet helemaal duidelijk in hoeverre het Home Lab nieuwe vormen van onderzoek naar de interactie tussen mensen en technolgie mogelijk zal maken. Voorlopig zien we een aantal moderne technologiën gedemonstreerd in bestaand gebruiks- en onderzoeksituaties. Wel allemaal in één ruimte en dat is natuurlijk interessant. Een beschrijving van alle faciliteiten is te lezen op de website. Het aantal keren dat het Home Lab de komende tijd bezet zal zijn en het soort gebruik, moet een idee geven van nut en noodzaak van deze nieuwe onderzoeksruimte aan de Vrije Universiteit. Reserveren kan per e-mail. Ik ben benieuwd welk museum of archief zich binnenkort op de VU laat Intertainen.
digitale maatschappij, games, innovatie, onderzoek, usabilityZoekmachines die aanvullende suggesties voor zoektermen geven, je ziet ze steeds vaker op het Web. Google was er al vroeg bij met het “bedoelde u …” Inmiddels biedt menige website een alternatief voor de ingevoerde zoekterm. Deze suggesties worden gebaseerd op de zoekvragen van vorige gebruikers, tags, synoniemenlijsten of andere zoeklogaritmen. Daarbij is vaak sprake van enig “zelflerend vermogen”; des te vaker zoektermen worden ingevoerd, des te beter worden de zoeksuggesties. Dat sommige zoekmachines nog even verder moeten “leren” blijkt echter uit het onderstaande praktijkvoorbeeld.

Screendump van de zoekmachine van Amsterdam.nl met een weinig behulpzame zoeksuggestie.
usabilityHoe lezen webbezoekers? Het is een uiterst omstreden, of beter gezegd, fel bestreden onderwerp dat menig webbouwer en webredacteur flink bezighoudt en verdeeld. Dankzij een groeiend aantal usability-onderzoeken komt er echter steeds meer een statistische onderbouwing voor uitspraken op dit heikele punt.
Bij het bouwen van websites is het een regelmatig terugkerend duo vragen: a) welke content komt boven “de vouw” oftewel het direct zichtbare deel van de website en b) waar komt het navigatiemenu? Alleen al omdat de afmetingen van het beeldscherm geen vaststaand gegeven zijn, maakt een antwoord op deze twee vragen erg moeilijk. Het maakt immers nogal wat uit of je dezelfde website bekijkt op een 20″-monitor of een mobiele telefoon.
Usability-goeroe Jakob Nielsen geeft in twee recente columns wat praktische cijfers die ons wellicht verder kunnen helpen. Uit zijn onderzoek blijkt dat als het gaat om de verticale aandacht voor informatie op een webpagina, 80% van die aandacht uitgaat naar informatie boven “de vouw” en slechts 20% daar onder. Dat betekent dus dat bezoekers heus wel scrollen op een webpagina, maar dat hun aandacht toch vooral uitgaat naar datgene wat ze het eerst, zonder verder van hen vereiste handelingen, op het beeldscherm zien staan.
Waar het gaat om de horizontale aandacht, komt Nielsen eveneens met praktische cijfers. 69% van de aandacht gaat uit naar de linkerkant van de webpagina, 30% naar de rechterkant. De resterende 1% uit de meting werd overigens besteed aan horizontaal scrollen, om informatie te kunnen lezen die zich rechts buiten het beeldscherm bevindt.
Want daar is iedereen het wel over eens: verticaal scrollen is geen bezwaar voor webbezoekers, maar horizontaal scrollen is toch echt uit den boze!
usability
WordPress is een heel handig CMS om in korte tijd een weblog of zelfs een website mee op te zetten. Wij DEN-ers gebruiken het zelf ook met veel plezier voor ons weblog Digitaal Allemaal.
Het beheer is eenvoudig en met de vele plug-ins en vormgevingsprofielen (zgn. themes) kan een zeer geavanceerde website worden ingericht. Voor iedereen is er wel een passend theme te vinden, alhoewel er zeker webredacteuren zijn die toch hun WordPress-website meer naar eigen smaak willen inrichten.
Dat kan. Een theme is, met enige kennis van CSS, heel goed zelf te maken. In het artikel Een WordPress theme in 30 minuten! legt Tanja de Bie op de website Naar Voren precies uit hoe makkelijk dat is.
usabilityIn DE BASIS is een kleurencheck opgenomen voor fotomateriaal (MacBeth Colorchecker) en grijswaarden (Kodak Greyscale 013), maar zo iets dergelijks is er nog niet voor de visuele overdraagbaarheid van webinformatie, in het bijzonder voor de wijze waarop kleurenblinden uw website zien.
Het probleem van kleurenblindheid is groter dan u wellicht dacht: 8% van alle mannen en 0,4% van alle vrouwen heeft een vorm van kleurenblindheid. Dat is een aanzienlijk deel van uw potentiële en bestaande webbezoekers. En dat betekent dat visuele informatie op uw website wellicht niet zo op hen overkomt als u het had bedoeld.
In het artikel Kleurencheck: niet vergeten in het webtijdschrift Naar Voren legt Judith van Dam uit waar u op moet letten als u ook uw kleurenblinde webbezoekers de juiste boodschap wilt overdragen.
usability, webrichtlijnen