24-06-2010 | Jeroen van der Vliet
Op 17 juni 2010 organiseerden Stichting DEN en de Vereniging voor Geschiedenis en Informatica een gezamenlijke studiedag over het digitale lezen. Een middag dus over e-readers, e-books en wat dit alles betekent voor het cultureel erfgoed. Er waar beter een studiedag over het miniaturiseren van hele bibliotheken in één klein apparaatje te houden dan in het kleinste stadje van Nederland: Madurodam.

De studiemiddag over e-books vond plaats in een zonovergoten Madurodam.
Dagvoorzitter Robèrt Gillesse trapte af met een korte inleiding waarin hij zich openlijk afvroeg of de e-reader nu een toevoeging is om (digitale) informatie tot ons te nemen of dat dit het onvermijdelijke einde zal betekenen voor het op papier gedrukte boek. De vraag “Will it blend?” werd overigens wel bijzonderlijk letterlijk genomen in een YouTube-filmpje dat Gillesse toonde waarin een Apple iPad in de blender werd vermalen.
Wiebe de Jager is als uitgever van Eburon en initiatiefnemer van Ereaders.nl een van de voorlopers in Nederland op het gebied van e-books. De Jager noemde 2009 het jaar van het e-reading; de publieke aandacht was nooit eerder zo groot. Verkopen van e-readers en e-books vallen echter nog steeds tegen. De Jager verwacht dat een massale overstap op e-readers pas zal plaatsvinden wanneer obstakels als verkoopprijs, beschikbaarheid en flexibiliteit zijn opgelost. Zo zijn e-books nauwelijks goedkoper dan papieren boeken (en de BTW op e-books is met 19% zelfs veel hoger dan de 6% voor een papieren boek).

Over de studiemiddag werd druk getwitterd. Op de vraag aan de zaal wie er een e-reader heeft, gingen vijf handen op. Toevallig bleken die allemaal op dezelfde – eerste – rij te zitten.
Verder is het aanbod van digitale boeken in het Nederlandse taalgebied nog zeer bescheiden met zo’n 3 à 4000 titels. Wat de aarzelende bekeerling zeker nog tegenhoudt is het bestaan van verschillende, incompatibele bestandsformaten als mobipocket, epub en pdf. Net als met de videoband, waar eerst het pleit beslecht moest worden tussen de formaten vhs en betamax – om niet te spreken van video2000 – is deze slag volgens De Jager ook onherroepelijk nodig voor e-books.
Een bijzonder heikel punt voor de gebruikers van e-books is de toepassing van verschillende strigente kopieerbeveiligingen, kort samengevat als drm of te wel digital rights management. Deze beperkingen moeten de illegale verspreiding van digitaal materiaal voorkomen, maar hinderen daarbij ook legale kopers en gebruikers. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om onverminderd e-books te kopiëren van de ene naar de andere reader, hetgeen niet ondenkbaar is aangezien er nog steeds nieuwere versies van e-readers op de markt worden gebracht. En zoals Jan de Waal van Basisbibliotheek Maasland beaamt, drm brengt ook het uitleenverkeer van bibliotheken geheel in de war: door licenties mogen bibliotheken maar één exemplaar van e-book tegelijk uitlenen!
Renze Brandsma en Caspar Treijtel van de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam gaan er vanuit dat deze organisatie vanaf 2025 helemaal geen gedrukte boeken meer zal aanschaffen. In de tussentijd is de universiteitsbibliotheek druk bezig de analoge wetenschappelijke collecties volledig te digitaliseren. Daardoor zullen de gedrukte boeken minder als informatiedrager en meer als cultureel erfgoed gaan worden beschouwd. De wetenschappelijke bibliotheek zal zich in deze digitale wereld, net als de eerdergenoemde openbare bibliotheken, moeten heruitvinden en zich profileren als een studiecentrum waar studenten en onderzoekers kunnen samenwerken.
René van Stipriaans eerste kennismaking met e-readers was van enkele jaren terug toen hij werd benaderd door het bedrijf iRex (dat overigens eerder op de dag aankondigde in surseance te zijn): of de hele DBNL bij wijze van promotiestunt op de iLiad zou kunnen worden gezet. Van Stipriaan ziet vooralsnog een uiterst moeizame opkomst van e-readers met maar weinig aanbod en waar ook niemand geld aan lijkt te verdienen.

Ziet de toekomst van het e-book er Googlefied uit, vroeg René van Stipriaan zich hardop af.
Op een studiemiddag over e-books is het onderwerp copyright – helaas – onvermijdelijk. En aangezien het woord “drm”, en de verwarring die dit met zich meebrengt voor uitgever én lezer al waren genoemd, is een bespreking van wat wel en niet mag met e-books ook onontbeerlijk. In veel opzichten is de situatie van e-books hetzelfde als die van gedrukte boeken: voor verspreiding is toestemming van de oorspronkelijke maker nodig en dat geldt nog tot 70 jaar na het overlijden van de langstlevende rechthebbende (dit hoeft niet altijd alleen de auteur te zijn, ook freelance illustratoren, fotografen of vormgevers kunnen aanspraak maken op het werk), daarna komt op 1 januari van het daaropvolgende jaar het werk in het publiek domein.
Er zijn echter ook enkele belangrijke juridische verschillen, constateert Lizzy Kok van de Koninklijke Bibliotheek. Zo kennen contracten van vóór 1990 het begrip “digitale exploitatie” niet, terwijl bij nieuwere contracten niet altijd duidelijk is of de verspreiding als e-book werkelijk is inbegrepen. Dat betekent dus vaak opnieuw onderhandelen met àlle rechthebbenden.
Tot slot brengt Paul Rutten, hoogleraar digitale mediastudies aan de Universiteit Leiden, de verschillende lezingen weer bijeen in een brede bespiegeling op het digitaal lezen. Rutten citeert daarbij met regelmaat Marshall McLuhan (1911-1980) om e-readers en e-books een plaats te geven. Het horseless carriage syndrom is sprekend van toepassing op de terminologie van e-books en ook e-readers proberen duidelijk de “look and feel” van het gedrukte boek te kopiëren. Of nog zo’n kraker: de inhoud van het nieuwe medium is het oude medium. Het gros van de e-books bestaat immers uit gedigitaliseerde versies van reeds gedrukte werken.
Daarmee zien we de toekomst door de achteruitkijkspiegel. Waarom proberen e-readerverkopers juist senioren aan het digitaal lezen te krijgen? Jongeren hebben de toekomst, maar onder de 30 is er niemand die een e-reader heeft. Rutten kijkt daarom met vertrouwen naar de toekomst waarin voor digitaal en papier een markt blijft. Daarbij zal de digitale publicatie veel meer een eigen weg kiezen en steeds minder nog lijken op de leeservaring van papier.
Een digitale publicatie zal vaak doorverwijzen naar andere bronnen, net als het internet, interactief zijn en mogelijkheden bieden voor samen werken en samen lezen. Het is de praktische toepassing die vooral bepalend zijn op welke wijze de informatie tot ons komt: form follows function. Dat is overigens geen wijsheid van McLuhan, maar van architect Louis Sullivan (1856-1924).

We zouden het bijna vergeten, zelfs Madurodam is al helemaal in oranjestemming met het WK voetbal op de buis.
Nachleben
Over de studiemiddag is druk getwitterd, geblogt en met de digitale fotocamera vastgelegd (ook al zo’n horseless carriage). Een kleine selectie van blogs met 23 Dingen en een Mens, Festina Lente, Museum Future en we voegen natuurlijk meer toe als deze verschijnen. De berichten van de twitterende deelnemers zijn bijeengebracht op Twapper Keeper en foto’s, gemaakt door Jan de Waal, zijn te bewonderen op Picasa en die van DEN op Flickr. De presentaties (in PowerPoint-formaat) zijn eveneens beschikbaar.
e-books